Uit oogpunt van (brand)veiligheid en hinder voor de omgeving worden de volgende voorschriften aan de vergunning verbonden:
- - Het opbouwen van de paasvuurbult mag vanaf 3 respectievelijk 4 dagen voorafgaand aan het ontsteken van het paasvuur op Eerste respectievelijk Tweede Paasdag plaatsvinden;
- - Er mogen geen brandbare vloeistoffen (benzine, petroleum e.d.) worden gebruikt bij het ontsteken van het paasvuur;
- - Als hulpbrandstof bij het aansteken mag alleen stro of papier worden gebruikt;
- - Door de ontbranding mag geen overlast voor de omgeving en het verkeer optreden;
- - De door de Veiligheidsregio Drenthe (VRD) geadviseerde veiligheidsvoorschriften, zoals opgenomen in de Handreiking VRD 2026:
Veiligheidsvoorschriften bij fase 1 (grootte tot 1000 m3)
De onderstaande veiligheidsvoorschriften zijnuitsluitend van toepassing op paasbulten tot
1000 m3 (met ongeveer de volgende afmetingen: 15 x 15 x 4,5meter; 12 x 12 x 7 meter; 11 x 11 x 8 meter):
Paasbulten liggenbij voorkeur buiten debebouwde kom.
Paasbulten zijn stabielen aaneengesloten opgebouwd.
Tussen rietgedekte bouwwerken en een paasvuur wordteen afstand van minimaal 200
meter aangehouden.
Tussen overige bebouwing en paasvuren wordteen afstand van minimaal 50 meter aangehouden.
Tussen bos,heide, veen en andere natuurgebieden5 wordt een afstand van minimaal 100
meter aangehouden.
De afstand tussen een rijksweg (A-weg), provinciale weg (N-weg), waterweg en spoorweg bedraagt minimaal 500 meter.
Voor overige openbare wegen geldt dat passerend verkeer geen hinder mag ondervinden van het paasvuur. Om die redenwordt geadviseerd minimaal 20 meter afstand te houden.
Een paasvuur wordt alleen ontstoken als de windkracht 5 Beaufort of minder is. Bij hogere windsnelheden komt de rookpluim nietmeer vrij vande grond. Dit levert vooralextra risico’s op voor wegverkeer. Daarnaast verspreidt vliegvuur zich verder en sneller bij harde wind, waardoor de kans op secundaire branden toeneemt.
De afstand tussen eenhoogspanningstracé en eenpaasvuur bedraagt minimaal 40 meter. Als de afstand minder dan 500 meter bedraagt dient melding gedaan te worden bij de netbeheerder.
De afstand tussen ondergrondse buisleidingen of kabeltracés bedraagt minimaal 25 meter te bedragen.
Het paasvuur is tot op 50 meter viaeen verhard padbereikbaar voor eenuitrukvoertuig van de brandweer.
Het ontsteken mag niet plaatsvinden/de ontbranding wordt beëindigd, wanneer onvoorziene situaties optreden die een gevaar vormen voor de omgeving.
Te denken valt aan: plotseling draaiende wind, waardoor verkeer wordt gehinderd; een weeralarm van het KNMI; etc.
In aanvulling op de veiligheidsvoorschriften in Fase 1 gelden voor Fase 2 de volgende aangescherpte voorschriften:
Veiligheidsvoorschriften bij fase 2 (grootte tot 1000m3)
Bij fase 2 (extreme droogte) adviseert Brandweer Drentheom zeer voorzichtig te zijn met paasvuren. Paasvuren die aan de verscherpte veiligheidsvoorschriften voldoen kunnen worden ontstoken, wanneer het bevoegd gezag dit verantwoord acht.
De ondergrond onder en rond het paasvuur is zodanig dat er geengrondvuur kan ontstaan, in verband met de veiligheid van het publiek.
De afstand van het paasvuur tot een brandgevaarlijk object (bijv. rietgedekt object, feesttenten, etc.) is 500 meter bovenwinds en 1000 meter benedenwinds zijn. Omdat de windrichting niet op voorhand te bepalen is,betekent dit dat een cirkelvan 1000 meter
rondom het paasvuur aangehouden moet worden.
De afstand van het paasvuur tot een natuurbrandgevaarlijk gebied/perceel is 250 meter bovenwinds en 500 meter benedenwinds zijn als er een reële kans is op een snelle branduitbreiding of een moeilijk beheersbare natuurbrand. Omdatde windrichting niet op voorhand te bepalen is, betekent dit dat een cirkel van 500 meter rondom het paasvuur aangehouden moet worden.
Bij paasvuren die wel voldoen aan de afstanden zoals genoemd bij punten b en c maar waarbij zich tocheen kans voordoet op het ontstaan van beperkte secundaire branden dient preventief voldoende bluswater aanwezig te zijn.Dit bluswater wordtNIET geleverd door de
brandweer in verband met het in stand houdenvan de basisbrandweerzorg.
Er kunnen zichweersomstandigheden voordoen tentijde van het ontsteken vande paasbult die de situatie alsnog onverantwoord maken. Het voldoen aan bovenstaande voorschriften verkleint het risico, maar is geen garantie dat zich geen incidenten voor kunnen doen.
Hebben paasbulten een grotere inhoud dan betekent dit meer vuurbelasting, waardoor de bovenstaande voorschriften onvoldoende zijn om de aanwezige risico’s te minimaliseren.