Bij hun beschikking op aanvragen om bijdragen-ineens ingevolge artikel 2 houden burgemeester en wethouders in elk geval rekening met :

a. de prioriteit die het treffen van de voorzieningen in het kader van de monumentenzorg heeft;

b. de waarde van het pand als gemeentelijk monument;

c. de bouwtechnische en uiterlijke staat van het pand, mede in relatie tot zijn omgeving;

d. het huidige en toekomstige gebruik van het pand;

e. de mate waarin de werkzaamheden, verbonden aan het treffen van de voorzieningen, worden verricht door de eigenaar, anders dan in de uitoefening van zijn bedrijf, al dan niet met hulp van anderen, zonder dat bij de hulp sprake is van uitoefening van een bedrijf.