In de openbare ruimte heeft de gemeente te maken met ontwikkelingen, zoals het creëren van een klimaatbestendige woonomgeving en de energietransitie. Elke strook grond in de openbare ruimte heeft een functie, waaronder groen, waterberging of verkeer. De gemeente is daarom terughoudend in de uitgifte van Groen- en reststroken.

In het voorliggende beleid is het uitgangspunt voor uitgifte van Groen- en reststroken is “Nee, tenzij”. Groen- en reststroken worden aldus niet uitgegeven, tenzij artikel 3 (Uitzonderingssituaties) van toepassing is en aan het bepaalde in artikel 4 (Toetsingscriteria) is voldaan:

Voor wijken en buurten waarin de gemeente nog (volop) aan het ontwikkelen is in het kader van terreinafwerking, kan gelden dat het aankopen van Groen- en reststroken nog niet mogelijk is.

Uitgifte van percelen die in het verleden zijn verkocht, dan wel in bruikleen of anderszins zijn uitgegeven en die volgens het nieuwe beleid niet (meer) voor uitgifte in aanmerking komen, scheppen geen precedentwerking. Dat wil zeggen, dat die omstandigheid alleen géén aanleiding is om in een vergelijkbare situatie tot uitgifte over te gaan.