Als een aanvraag tot uitgifte van een Groen- of reststrook wordt gedaan, wordt eerst beoordeeld of sprake is van één van de onderstaande uitzonderingssituaties:

  • - Door uitgifte ontstaat een logische(re) kadastrale grens met de aangrenzende stukken grond (percelen), waaronder bijvoorbeeld het beheer van de openbare ruimte door de gemeente duidelijk, overzichtelijk en/of eenvoudiger wordt; en/of
  • - De Groen- of reststrook ligt nagenoeg of geheel ingesloten tussen andere naastgelegen stukken grond (percelen), waaronder deze lastig bereikbaar is voor onderhoud door de gemeente en bijvoorbeeld nutspartijen en uitgifte geen belemmering oplevert voor de toegankelijkheid van de aangrenzende percelen.

Als geen van de uitzonderingssituaties van toepassing is, wijst het college de aanvraag tot uitgifte af. Als wel sprake is van een van de uitzonderingssituaties, dan bekijken de adviserende afdelingen of één of meer van de toetsingscriteria genoemd in artikel 4 (Toetsingscriteria) van toepassing is op de Groen- of reststrook.