In aanvulling op Hoofdstuk 4 van de Asv is de subsidieontvanger verplicht:
- - de verkregen subsidie ook daadwerkelijk in te zetten voor de uitvoering van de activiteit;
- - de subsidieontvanger stelt voorschoolse educatie beschikbaar gedurende ten minste 40 weken per jaar, en per week ten minste gedurende 16 uren verdeeld over ten minste 3 werkdagen;
- - het aantal dagdelen waarop de subsidieontvanger voorschoolse educatie aanbiedt aan een niet VVE-geïndiceerd kind, bedraagt de helft van het aantal dagdelen waarop de subsidieontvanger voorschoolse educatie aanbiedt aan een VVE-geïndiceerd kind, waarbij het aantal dagdelen voor een niet vve-geïndiceerd kind naar beneden wordt afgerond op hele dagdelen;
- - Indien er sprake is van een wachtlijst voor toegang tot een VE-groep, geeft de subsidieontvanger voorrang aan een VVE-geïndiceerd kind;
- - De subsidieontvanger spant zich in om zo veel mogelijk in te zetten op de vorming van gecombineerde groepen (groepen met VVE-geïndiceerde kinderen en niet-geïndiceerde kinderen);
- - De subsidieontvanger uploadt tweemaal per jaar de observaties uit het kindvolgsysteem in de Resultaatmonitor van Innovatie013;
- - De subsidieontvanger neemt ieder kwartaal deel aan overleg met de gemeente over de voortgang van de voorschoolse educatie;
- - De subsidieontvanger neem tweemaal per jaar deel aan de ‘kwaliteitsdialoog VVE’;
- - De subsidieontvanger neemt minimaal tweemaal per jaar deel aan overleg met de gemeente en de vroegscholen in de ‘Werkgroep VVE’. De frequentie van dit overleg kan hoger zijn indien werkgroepleden dit met elkaar afspreken;
- - De subsidieontvanger neemt deel aan de Verwijsindex Eemland;
- - De subsidieontvanger werkt mee aan de totstandkoming en uitvoering van Amersfoortse resultaatafspraken voor de voorschoolse educatie;
- - De subsidieontvanger vraagt van de ouders van een VVE-geïndiceerd kind die recht hebben op kinderopvangtoeslag een eigen bijdrage conform het uurtarief bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a van het Besluit kinderopvangtoeslag. Deze eigen bijdrage hoeft niet worden gevraagd aan ouders die woonachtig zijn op een asielzoekerscentrum of wanneer sprake is van pleegzorg;
- - De subsidieontvanger vraagt van de ouders van een kind dat deelneemt aan voorschoolse educatie en die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag een eigen bijdrage op grond van de tabel in bijlage 3 bij deze regeling;
- - De subsidieontvanger rapporteert aan het eind van elk kwartaal in de Peutermonitor aan burgemeester en wethouders over:
- - het aantal VE-groepen waarin voorschoolse educatie is aangeboden;
- - het aantal VVE-geïndiceerde kinderen dat per ve-groep heeft deelgenomen; en
- - het aantal kinderen van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag dat heeft deelgenomen, en welk aantal daarvan VE-geïndiceerde kinderen betrof;
- - het aantal kinderen zonder VVE-indicatie van ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag dat heeft deelgenomen;
- - de gegevens zoals benoemd in bijlage 2 bij deze regeling.
- - Voor de eenmalige subsidie voor de voorbereiding van VE op een nieuwe locatie geldt dat deze subsidie mag worden gebruikt voor de kosten van activiteiten genoemd onder artikel 3, tweede lid, onder a t/m c, van deze regeling.