Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 6

De voor het onderzoek verantwoordelijke overige personen

Onderdeel van Verordening op de behandeling van klachten 2009

1.. De informele behandeling van een mondeling ingediende klacht gebeurt door de direct leidinggevende van de betrokken ambtenaar. 2.. De formele behandeling in eerste instantie gebeurt als volgt: Een klacht naar aanleiding van het handelen van een ambtenaar dan wel een daarmee in het kader van deze verordening gelijk te stellen functionaris of naar aanleiding van het handelen van een sector of team: door de manager van de betreffende afdeling; Een klacht naar aanleiding van het handelen van een afdelingsmanager: door de gemeentesecretaris; Een klacht naar aanleiding van het handelen van de gemeentesecretaris of de directeur: door de burgemeester; Een klacht naar aanleiding van het handelen van de burgemeester: door de loco-burgemeester; Een klacht naar aanleiding van het handelen van een wethouder of het college: door de burgemeester; Een klacht naar aanleiding van het handelen van de gemeenteraad: door de voorzitter van de raad; Een klacht naar aanleiding van het handelen van de griffier: door de voorzitter van de raad; Een klacht naar aanleiding van het handelen van een medewerker van de griffie: door de griffier. 3.. De in het tweede lid genoemde personen zijn bevoegd om de inhoudelijke behandeling van de klacht op te dragen aan de leidinggevende van de medewerker over wiens handelen wordt geklaagd met dien verstande dat de brief waarin het oordeel over de klacht wordt weergegeven wordt ondertekend door de in het tweede lid genoemde personen. 4.. Bij een langere periode van afwezigheid van de op grond van het tweede lid aangewezen persoon, wordt deze voor de behandeling van een klacht vervangen door de persoon die daarvoor op dat moment het meest in aanmerking komt.

Rechtspraak bij dit artikel