**1..** De informele behandeling van een mondeling ingediende klacht gebeurt
door de direct leidinggevende van de betrokken ambtenaar.
**2..** De formele behandeling in eerste instantie gebeurt als volgt:
Een klacht naar aanleiding van het handelen van een
ambtenaar dan wel een daarmee in het kader van deze
verordening gelijk te stellen functionaris of naar
aanleiding van het handelen van een sector of team: door de
manager van de betreffende afdeling;
Een klacht naar aanleiding van het handelen van een
afdelingsmanager: door de gemeentesecretaris;
Een klacht naar aanleiding van het handelen van de
gemeentesecretaris of de directeur: door de
burgemeester;
Een klacht naar aanleiding van het handelen van de
burgemeester: door de loco-burgemeester;
Een klacht naar aanleiding van het handelen van een
wethouder of het college: door de burgemeester;
Een klacht naar aanleiding van het handelen van de
gemeenteraad: door de voorzitter van de raad;
Een klacht naar aanleiding van het handelen van de griffier:
door de voorzitter van de raad;
Een klacht naar aanleiding van het handelen van een
medewerker van de griffie: door de griffier.
**3..** De in het tweede lid genoemde personen zijn bevoegd om de
inhoudelijke behandeling van de klacht op te dragen aan de
leidinggevende van de medewerker over wiens handelen wordt geklaagd
met dien verstande dat de brief waarin het oordeel over de klacht
wordt weergegeven wordt ondertekend door de in het tweede lid
genoemde personen.
**4..** Bij een langere periode van afwezigheid van de op grond van het
tweede lid aangewezen persoon, wordt deze voor de behandeling van
een klacht vervangen door de persoon die daarvoor op dat moment het
meest in aanmerking komt.
HOOFDSTUK IV
Artikel 6
De voor het onderzoek verantwoordelijke overige personen
Onderdeel van Verordening op de behandeling van klachten 2009