Op grond van artikel 13 van de verordening dienen gebruikte inzamelmiddelen na lediging onmiddellijk te worden teruggeplaatst in of op het perceel van de gebruiker overeenkomstig de daarvoor geldende regels.
- - Bedrijfsafvalstoffen mogen niet op of aan de openbare weg worden geplaatst, tenzij dit direct voorafgaand aan de overdracht aan de inzamelaar gebeurt.
- - De bedrijfsafvalstoffen worden aangeboden in gesloten inzamelmiddelen, zo dicht mogelijk bij de bedrijfslocatie van de aanbieder van de bedrijfsafvalstoffen op een zodanige wijze dat voetgangers en het overige verkeer niet worden gehinderd of in de doorgang worden belemmerd.
- - De gebruikte inzamelmiddelen dienen na lediging direct te worden teruggeplaatst in of op het perceel vanwaaruit de bedrijfsafvalstoffen worden aangeboden, overeenkomstig de in de verordening en dit besluit gestelde regels.
- - De inzamelmiddelen (bedrijfsafvalcontainers) dienen voorzien te zijn van een adressticker waarop duidelijk is aangegeven: straat, postcode en huisnummer van de bedrijfslocatie van waaruit de bedrijfsafvalstoffen worden aangeboden.
- - De aanbieder van bedrijfsafvalstoffen via een inzamelmiddel is verplicht deze zodanig te gebruiken, te onderhouden en ter inzameling aan te bieden dat deze geen hinder of overlast voor de omgeving of voor derden veroorzaken en dat deze ontoegankelijk zijn voor ongedierte;
- - Als de inzameling om welke reden dan ook niet heeft plaatsgevonden, dienen de aangeboden bedrijfsafvalstoffen vóór 19:00 uur op de inzameldag weer te worden teruggeplaatst in of op het eigendom van waaruit de bedrijfsafvalstoffen worden aangeboden.
- - Indien als gevolg van het aanbieden of inzamelen van de bedrijfsafvalstoffen vervuiling van de openbare ruimte ontstaat, ruimt de aanbieder van de bedrijfsafvalstoffen die vervuiling onmiddellijk op.