Op grond van artikel 18 van de verordening, dient opslag van afval op eigen terrein en inpandig plaats te vinden. Indien dit een normale bedrijfsvoering onoverkomelijk belemmert en hiervoor een omgevingsvergunning is afgegeven, dienen in ieder geval de volgende voorwaarden te worden nageleefd:
- - Het afval wordt opgeslagen in een afsluitbare container die buiten de openingstijden afgesloten is door middel van een ketting en deugdelijk slot, zodanig dat de container niet geopend kan worden;
- - De container moet zijn vastgezet aan de gevel, met een slot, zodanig dat deze niet verplaatst kan worden;
- - De container moet geplaatst zijn tegen een blinde muur zonder ramen of ventilatieopeningen achter of boven de container. In geval dit niet mogelijk is dienen de ramen of ventilatieopeningen voorzien te zijn van brandwerende maatregelen met een brandwerende werking van ten minste 30 minuten;
- - Er mogen geen afvalstoffen buiten de container worden opgeslagen;
- - De maximale inhoud van een container is 2.500 liter;
- - De voorwaarden uit de omgevingsvergunning.