Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 Kwaliteitsregels

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Verordening kwaliteit peuterspeelzalen 2005

Nadere regels In lid 1 en lid 2 worden de basiskwaliteitseisen gesteld aan de accommodatie en aan het programma. Deze basiseisen zijn een aanvulling op hetgeen bij of krachtens andere wet- en regelgeving vastgelegd is. Dit zijn bijvoorbeeld de Woningwet, bouwbesluit en –verordening, gebruiksvergunning, Warenwet en –besluit, Besluit veiligheid attracties en speeltoestellen, Arbowet en –besluit, Wet collectieve preventie gezondheidszorg en Infectieziektenwet. In het derde lid wordt de delegatiebevoegdheid van de gemeenteraad aan burgemeester en wethouders geregeld, voor wat betreft de uitwerking van voorschriften voor peuterspeelzalen. De reikwijdte van de nadere regels is beperkt tot de in lid 3 genoemde onderdelen a t/m c. Voorbeelden van nadere regels uit de huidige praktijk zijn: De verblijfsruimten zijn aan de zonzijde voorzien van zonwering. Het verlichtingsniveau in de verblijfsruimten dat door middel van kunstlicht kan worden bereikt, bedraagt minimaal 150 lux. De handenwasgelegenheid voor kinderen is aangebracht op een voor hen bereikbare hoogte. De garderobes liggen buiten de verblijfsruimten. In het kindercentrum is vastgelegd wie belast is met de dagelijkse leiding en wie bij afwezigheid vervangt. De ramen dienen voorzien te zijn van veiligheidsglas of van veiligheidsfolie tot minimaal 1.20 meter vanaf de vloer. De radiatoren dienen beveiligd te zijn tegen verwonding/verbranding. De toegangsdeuren en ramen dienen beveiligd te zijn. Per 10 kinderen dient er 1 toilet aanwezig te zijn. De functionaris dient in het bezit te zijn van een geldig EHBO of BHV diploma, bij voorkeur kinder-EHBO aangevuld met BHV. Er dient een gifwijzer en een EHBO-trommel aanwezig te zijn.

Rechtspraak bij dit artikel