Waarom willen we dit?
Almere is een groene stad en dat willen we graag zo houden. We kunnen ruimtelijke ontwikkelingen inzetten om het bomenbestand te versterken en mee te laten groeien met het toenemende aantal inwoners. Juist met klimaatverandering en de uitdagingen voor bomen in een stedelijke omgeving is het nodig om ons bomenbestand te versterken en uit te breiden. Dit sluit ook aan op de aanbeveling van de evaluatie van het Bomenkader om beter in te spelen op toekomstige ontwikkelingen.
Hoe pakken we dit aan?
Grote bomen als vertrekpunt
Zoals uitgelegd in Hoofdstuk 2 brengen grote bomen meer voordelen dan meerdere kleine bomen. We willen daarom vooral bomen planten en behouden die groot kunnen worden, zodat we een zo groot mogelijk boomkroonvolume bereiken. De afbeelding met cijfers van het Norminstituut bomen5 laat de verschillende categorieën zien van bomen eerste grootte, tweede grootte en derde grootte en het verschil in boomkroonvolume dat elke categorie kan bereiken.
Goede groeiplaats vereist
Om groot en oud te worden, heeft een boom ruimte nodig om goed te kunnen wortelen. Ook moet de bodem van goede kwaliteit zijn, zodat de boom hier voedingsstoffen en water uit kan halen. Daarnaast moet er boven de grond ook voldoende ruimte zijn, zodat de boom tot wasdom kan komen. Op de lange termijn bespaart dit ook kosten, omdat je niet steeds opdrukkende wortels moet verwijderen en loszittende tegels moet recht leggen.
Voorbeelden bomen van de eerste, tweede en derde grootte i.r.t. boomkroonvolume van het Norminstituut Bomen

De juiste boom op de juiste plek
We kijken altijd naar de beschikbare ruimte, bodem, wat er in de omgeving staat, welke functie een boom moet hebben en of de plek niet voor onevenredige overlast kan zorgen. De juiste boom op de juiste plek is het leidende principe bij het aanplanten en vervangen van bomen. Op een hittestress locatie kiezen we bewust een boomsoort met een brede kroon. En bij parkeerplekken plaatsen we geen bomen die ‘plak’ kunnen veroorzaken.
Richtlijnen voor het (ver)planten van bomen
Het is noodzakelijk dat bomen altijd vanaf het begin in de afweging worden meegenomen in plan- en projectontwikkeling. Om de groene ambities voor Almere te verwezenlijken moeten we in een vroeg stadium een zorgvuldige afweging maken over het behouden, verplanten en aanplanten van bomen. Bij de inrichting van ontwikkelgebieden benutten we de kans om de wijk groen en gezond te maken. Daarom moeten we al aan de start van de ontwikkeling rekening houden met voldoende ruimte voor bomen. Voor zowel bomen in de bestaande als de nieuwe stad zijn er criteria waar we aan toetsen:
- - Wettelijke eisen (bijvoorbeeld afstand tot erfgrens);
- - Conditie en levensduurverwachting van bestaande bomen;
- - Mogelijkheden voor behouden of voorbereiding voor verplanten;
- - Ontwerprichtlijnen volgens het Handboek Bomen;
- - Geschikte groeiplaats- en inkoopeisen volgens het Handboek Bomen;
- - Technische eisen (zoals de afspraken met netbeheerders);
- - Planten op eindafstand;
- - Randvoorwaarden opgenomen in de LIOR;
- - De Leidraad Duurzame Gebiedsontwikkeling (LDGO);
- - Ter inspiratie het werkdocument ‘Groenidentiteiten’6.
Almere omarmt de 3-30-300 regel voor het vergroenen van de stad
Om te zorgen dat Almere in de toekomst ook voldoende boomkroonvolume heeft, passen we de 3-30-300 regel toe in onze stad. Voor Almere houdt dit in:
- - De 3 regel: Voor Almere willen we minstens 3 bomen in een straat met potentie om uit te groeien tot een grote boom. Bij voorkeur bomen van de eerste grootte, omdat deze meer ecosysteemdiensten leveren.
- - De 30 regel: elke buurt heeft minstens 30% van het oppervlak bedekt met boomkronen. Voor Almere geven we bomen boven- en ondergronds de ruimte die ze nodig hebben om tot wasdom te komen. Dit is bij voorkeur minimaal 60 jaar. Bij elke stedelijke ontwikkeling willen we maximaal inzetten op deze regel. Dat betekent dat we transparant maken wanneer de 30% niet gehaald kan worden, met een onderbouwing waarom dit niet kan en wat het beste alternatief is.
- - De 300 regel: binnen 300 meter loop- of fietsafstand van een woning is een park of groene ruimte. In Almere nemen we de bereikbaarheid van groene koele plekken mee in ontwikkelingen. We willen deze plekken behouden en zijn daar zuinig op. Bomen zijn essentieel op dit soort plekken vanwege hun verkoelende werking.
In de praktijk betekent de 3-30-300 regel dat we streven naar volledige toepassing en goede argumenten aandragen op het moment dat we dit niet kunnen halen. Zie bijlage B voor meer uitleg over deze regel en hoe Almere hier op scoort.
De 3-30-300 regel visueel:





Uitdagingen 3-30-300 regel We weten dat we de 3-30-300 regel niet altijd kunnen waarmaken. Dit komt met name door meerdere ruimteclaims in de openbare ruimte. Er zijn verschillende plekken is de stad waar je gebouwen zou moeten afbreken om voldoende ruimte te maken voor bomen om wel de 3-30-300 regel te halen. Daarnaast zitten er grenzen aan wat we kunnen doen binnen beschikbare middelen. Het is bijvoorbeeld erg kostbaar om hele straten een herinrichting te geven en daar meer ruimte te maken voor grote bomen. Daarom is het steeds per locatie zoeken naar het maximaal haalbare op de 3-30-300 regel en te onderzoeken welke alternatieven er wel mogelijk zijn. Nieuwe ontwikkelgebieden Bij de nieuwe ontwikkelgebieden gaan we de 3-30-300 regel toepassen als ontwerpprincipe. Door andere ontwerpkeuzes te maken en in de aanbesteding eisen te stellen voor het plaatsen van grote bomen op uitgeefbare gronden zoals binnentuinen. Daarnaast kijken we welke investeringen aan de voorkant mogelijk zijn, die op de lange termijn kostenbesparend zijn voor de gemeente. Zoals goede groeiplaatsen voor bomen, mantelbuizen of andere ondergrondse innovaties om zo efficiënt mogelijk de ruimte in te richten. Vastgestelde projecten Voor lopende ontwikkelingen zoeken we mogelijkheden om de 3-30-300 regel en aanplant van grote bomen in goede groeiplaatsen maximaal te realiseren. Daarbij moet het wel uitvoerbaar zijn binnen beschikbare middelen. Werkzaamheden in de stad In de bestaande stad kijken we binnen de beschikbare middelen naar het versterken van het bomenbestand. Bijvoorbeeld door groeiplaatsen te verbeteren. Daarnaast kijken we of er ruimte is om extra bomen aan te planten. Grootschalig onderhoud met rioolvervanging, transformaties en inbreidingsprojecten bieden daar mogelijkheden voor. We gaan bij onze werkzaamheden niet zomaar over tot verwijdering. We brengen in kaart welke bomen behouden of verplant kunnen worden en welke meerkosten hieraan zitten, zodat we bestuurlijk een keuze kunnen maken. Wanneer behouden niet mogelijk is, zoeken we bij vervanging naar een plek waar de nieuwe boom zo groot mogelijk kan worden. Zoals plekken die minder gevoelig zijn voor bodemdaling. Daarnaast kunnen we met technische ingrepen een groeiplaats bestendiger maken tegen bodemdaling. Het ultieme doel is dat bomen langer mee kunnen en bij een volgende ronde grootschalig onderhoud behouden kunnen blijven. Locaties zonder ontwikkelingen en ingrepen Als een wijk voorlopig nog niet aan de beurt is voor grootschalig onderhoud en ook geen andere ruimtelijke ontwikkelingen kent, zijn de mogelijkheden nu beperkt om aan de 3-30-300 regel te voldoen. Het vraagt om grote of innovatieve ingrepen om ruimte te maken voor grotere (of meer) bomen in straten en buurten. Dit zijn complexe werkzaamheden waarvoor we nu middelen tekort komen. Ook hier kijken we wel altijd naar kansen en mogelijkheden als die zich voordoen. Zoals incidentele middelen van de uitvoeringsagenda Visie Klimaatadaptatie of subsidieregelingen. Mocht in de toekomst extra budget beschikbaar komen of er subsidiemogelijkheden zijn, dan kijken we naar extra kansen voor vergroening, juist op de plekken in de stad die dit het meest nodig hebben.