De gemeente kan een Bibob-onderzoek starten wanneer de gemeente zelf partij is bij een vastgoedtransactie. Onder een vastgoedtransactie valt bijvoorbeeld het kopen of verkopen van een gebouw of een stuk grond maar ook de (ver)huur van vastgoed of het verlenen van een gebruikrecht. In deze beleidsregel wordt onder “vastgoedtransactie” hetzelfde verstaan als in de definitie van een vastgoedtransactie zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet Bibob.
Bij de start van de onderhandelingen van een vastgoedtransactie zal de gemeente de wederpartij ervan in kennis stellen dat een eigen Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure. De gemeente kan deze informatie bijvoorbeeld in de verkoopleidraad zetten en/of dit aangeven bij de start van de onderhandelingen. De gemeente informeert betrokkene vervolgens wanneer zij een eigen Bibob-onderzoek start en/of het LBB om advies vraagt op grond van artikel 9, lid 3 van de Wet Bibob.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in de overeenkomst voor de vastgoedtransactie. Op basis daarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst wanneer blijkt dat de wederpartij niet integer is. De gemeente kan een Bibob-onderzoek starten voorafgaand aan het aangaan van een vastgoedtransactie, gedurende de onderhandelingen of nadat de vastgoedtransactie tot stand is gekomen (mits de genoemde integriteitclausule is opgenomen in de overeenkomst).