Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de
openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere
eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de
omgeving groter is. Bij het oprichten van een gebouw is sprake van het
afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor
particulier gebruik. Gevels en volumes vormen zowel de externe
begrenzing van de gebouwen als ook de wanden van de openbare ruimte die
zij gezamenlijk bepalen. Het gebouw is een particulier object in een
openbare context, het bestaansrecht van het gebouw ligt niet in het
eigen functioneren alleen maar ook in de betekenis die het gebouw heeft
in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een gebouw dat
contrasteert met zijn omgeving mag worden verwacht dat het zorgvuldig is
ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het
gebouw een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en
de te verwachten ontwikkeling daarvan. Over de wijze waarop dat bij
voorkeur zou moeten gebeuren kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteria
duidelijkheid verschaffen.