Van een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand mag worden
verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de
aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Een belangrijke eis
die aan een ontwerp voor een gebouw mag worden gesteld is dat er
structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt
houvast voor de waarneming en is bepalend voor het beeld dat men
vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en
materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote
hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving geeft, te
reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag
echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer
blijven prikkelen en intrigeren en zijn geheimen niet direct prijsgeven.
Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger
worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als
complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken.
Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de
stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk.
Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid
en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle
relatie.