Voordat besluiten als bedoeld in artikel 24:1:1:14, tweede lid, onder b. en c. worden genomen, wordt de betrokken ambtenaar in de gelegenheid gesteld kenbaar te maken:
in welke functie(s) hij het meest herkent van zijn organieke functie die op hem van toepassing is verklaard;
zijn voorkeur voor maximaal drie functies.