1. Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk
afstand doen ten behoeve van het recht op het particulier graf of urnenruimte. Van de ontvangst van zodanige verklaring doen burgemeester en wethouders schriftelijk mededeling aan de rechthebbende.
2. Wordt tot verlenging van de rechten niet overgegaan dan wordt na een schriftelijke
verklaring van de rechthebbende alle voorwerpen die zich op het graf of urnenruimte
bevinden door het personeel van de begraafplaats verwijderd en vernietigd.
3. Reageert de rechthebbende van een graf of urnenruimte -bij het verstrijken van de
graftermijn- niet op de aanschrijving van de mogelijkheid tot verlenging van de grafrechten
en daarna nogmaals op een toegestuurde herinnering dan vervalt het grafrecht en worden de
voorwerpen die zich op het graf bevinden ambtshalve door het personeel van de
begraafplaats verwijderd.
4. De rechthebbende van het graf of urnenruimte is verantwoordelijk om de door het college
gedane aanschrijving en eventuele herinnering van de mogelijkheid tot verlenging van
grafrechten aan de overige familieleden bekend te maken.
5. De familieleden kunnen bij het in gebreke blijven hiervan, burgemeester en wethouders
hiervoor niet aansprakelijk stellen.