1. Rechthebbenden van particuliere graven mogen een grafbedekking, gedenkteken
aanbrengen. Voor algemene graven en urnenruimten in de urnenmuur is een naamplaatje
toegestaan met een vaste afmeting en opstelling, genoemd in de regeling onder lid 3 van dit
artikel. Op de urnengraven in de urnenheuvel is slechts het plaatsen van een zwerfkei
mogelijk.
2. Voor het hebben van een grafbedekking, gedenkteken, grafmonument en naamplaatje is de schriftelijke vergunning nodig van burgemeester en wethouders.
3. Een aanvraag hiervoor dient te worden ingediend onder overlegging van een tekening met een opgave van de afmetingen en vermelding van het te gebruiken materiaal. De aanvraag wordt getoetst aan de door burgemeester en wethouders vastgestelde verordening "Voorwaarden voor het plaatsen van voorwerpen op gemeentelijke begraafplaatsen”.
4. Het college kan de vergunning weigeren indien:
a. niet voldaan wordt aan de in het derde lid gestelde regels;
b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
5. Bij plaatsing van het gedenkteken is grafnummer in het monument gegraveerd. Een vaste plaats is hiervoor aangewezen. In eerste instantie aan de linkerkant van de voorband van het voetstuk en indien dit niet mogelijk is linksonder op de staande steen.
Het college kan in bijzondere gevallen hiervan afwijken.
6. Gedenktekenen of beplantingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende van particuliere graven, urnenruimten of belanghebbende van ruimten in algemene graven te zijn aangebracht. Schade als gevolg van brand, vandalisme, vorst, wateroverlast en andere van buitenkomende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een gedenkteken ten behoeve van een bijzetting of opgraving en eventuele gevolgschade voor derden, is voor risico en rekening van de rechthebbende/ belanghebbende.
7. Rechthebbenden van particuliere graven, urnenruimten en belanghebbenden van ruimten in
algemene graven zijn verplicht de – door welke omstandigheden ook – aan een gedenkteken
of beplanting toegebrachte schade op eerste aanschrijven te herstellen, indien de
beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van burgemeester en wethouders het
uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt.
8. Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving geen herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, zijn burgemeester en wethouders bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de gedenktekens of beplanting over te gaan, voor rekening van de rechthebbende of belanghebbende.