1. 1. De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, binnen8 weken of de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met devoorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening.
  2. 2. Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder tweejaarlijks of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze verordening.
  3. 3. Naast het onderzoek bedoeld in het eerste en tweede lid kan de toezichthouder incidenteelonderzoek verrichten naar de naleving door een houder van de voorschriften in hoofdstuk 3van deze verordening.