1. 1. De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij eenpeuterspeelzaal vast in een inspectierapport.
  2. 2. Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de voorschriften van dezeverordening niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.
  3. 3. Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de houder in de gelegenheid van hetontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. Detoezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.
  4. 4. De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschriftdaarvan zo spoedig mogelijk ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijkeplaats.
  5. 5. De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvanopenbaar.