1. 1. Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven indien op basis van hetinspectierapport blijkt dat deze de voorschriften in deze verordening niet of in onvoldoendemate naleeft.
  2. 2. In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke punten devoorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd, alsmede de in verbanddaarmee te nemen maatregelen.
  3. 3. Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang bij een peuterspeelzaalzodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden,kan de toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een geldigheidsduur vanzeven dagen, die door het college kan worden verlengd.
  4. 4. De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing onderscheidenlijk het bevelgestelde termijn.