**1..** Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de WWB, de WIJ en de Algemene wet bestuursrecht.
**2..** In deze verordening en de bijbehorende toelichting wordt verstaan onder:
college: Het college van burgemeester en wethouders;
raad: de gemeenteraad;
WWB: Wet werk en bijstand;
WIJ: Wet investeren in jongeren;
Toeslag: de toeslag als bedoeld in artikel 25 WWB en artikel 30 WIJ;
Verlaging: de verlaging als bedoeld in artikel 26 t/m 29 WWB en artikel 31 t/m 34 WIJ;
gehuwden-norm: de norm als bedoeld in art 21, onderdeel c, van de WWB en artikel 28, lid 1 onder d van de WIJ;
ouder: de vader of moeder als bedoeld in respectievelijk de artikelen 1:197 t/m 1:199 van het Burgerlijk Wetboek
kind: een kind als bedoeld in artikel 4, lid 1 onder d WWB en artikel 4 WIJ
schoolverlater: de belanghebbende of jongere die recent de deelname aan onderwijs of een beroepsopleiding heeft beëindigd, waarvoor aanspraak bestond op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 of op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
verzorgings-behoevende: degene die is aangewezen op verzorging ter voorkoming van opname in verpleeg- of verzorgingstehuis;
woning: Een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, als bedoeld in artikel 3, lid 6 WWB.
woonkosten:
indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag
Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud.