Indien door informele klachtafhandeling niet naar tevredenheid van
klager aan diens klacht tegemoet wordt gekomen, of indien klager van
een informele klachtafhandeling heeft afgezien, stelt degene die
ingevolge het bepaalde in artikel 4 de klacht behandelt naar
aanleiding daarvan een onderzoek in.
Hij stelt de klager en degene op wiens gedraging de klacht
betrekking heeft in de gelegenheid om te worden gehoord en op
elkaars standpunt te reageren.
Van het horen van klager kan worden afgezien, indien de klager heeft
verklaard geen gebruik te maken van het recht te worden gehoord
Van het horen wordt een verslag gemaakt.
Op basis van het onderzoek en het horen brengt de
klachtenbehandelaar advies uit aan het bestuursorgaan, dat de klacht
moet afdoen.