Bij onenigheid tussen medewerker en leidinggevende over de beoordeling kan de medewerker verzoeken om een heroverweging, een oordeel door de tweede beoordelaar. Het verzoek maakt de medewerker binnen twee weken na de ontvangst van het jaargesprekformulier schriftelijk en gemotiveerd aan de leidinggevende en de tweede beoordelaar bekend. Heroverweging gaat vooraf aan bezwaar bij het bevoegd gezag.

De tweede beoordelaar stelt in overleg met de leidinggevende een nieuwe (voorlopige) beoordeling op door middel van het jaargesprekformulier.

Op basis van het nieuw ingevulde jaargesprekformulier vindt opnieuw een gesprek plaats conform het bepaalde in artikel 24a:1:1:3 tot en met 24a:1:1:7 en 24a:1:1:9 van deze regeling: dit keer in aanwezigheid van de tweede beoordelaar.

Het nieuw ingevulde jaargesprekformulier wordt tenminste een week voor het gesprek aan de medewerker gezonden ter voorbereiding. In het nieuw opgestelde jaargesprekformulier (of in een begeleidend schrijven) wordt expliciet op de argumenten van de medewerker ingegaan.

De leidinggevende stelt na het gesprek een nieuw definitief jaargesprekformulier op, conform het bepaalde in artikel 24a:1:1:8 van deze regeling. Hiermee komt de oorspronkelijke beoordeling te vervallen. In de definitieve vastlegging wordt in elk geval ingegaan op de argumenten van de medewerker.