De leidinggevende en de medewerker stellen in overleg een datum vast voor een jaargesprek.
Het jaargesprek wordt gevoerd tussen de leidinggevende en de medewerker aan de hand van het jaargesprekformulier.
De leidinggevende geeft in het gesprek zijn visie op het functioneren van de medewerker en beoordeelt aan de hand van de criteria zoals opgesomd in artikel 24a:1:1:4 van deze regeling.
De medewerker maakt in het jaargesprek zijn visie kenbaar op zijn functioneren tijdens de beoordelingsperiode en de condities die er nodig zijn voor goed functioneren.
De rol van de leidinggevende is expliciet gespreksonderwerp in het kader van de condities die nodig zijn voor het goed functioneren van de medewerker.