In deze Memorie van toelichting worden, waar nodig, de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht.

Artikel 1 lid 4De bedoeling is om de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat gestreefd wordt naar zo hoog mogelijke rentebaten c.q. zo laag mogelijk rentelasten binnen de kaders van het treasurystatuut;
Artikel 3 lid 4Afstemming op de financiële positie en de prognose is bedoeld om middelen te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat die echt nodig respectievelijk beschikbaar zijn. De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasury activiteiten mede te baseren op een korte termijn liquiditeiten planning (looptijd tot één jaar), alsmede een globale meerjarige liquiditeiten planning die aansluit op het meerjaren investeringsprogramma;
Artikel 3 lid 9Door spreiding aan te brengen in de periode dat de rente van een uitzetting vast is, wordt de invloed van een rentedaling op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding is slechts mogelijk als uit de liquiditeitsprognose blijkt dat middelen gedurende een langere periode beschikbaar zijn.
Artikel 3 lid 10Door spreiding aan te brengen in het aantal financiële instellingen waar geld is uitgezet, worden risico’s gespreid;
Artikel 4 lid 1Een (credit-)rating is een beoordeling van de kredietwaardigheid van een instelling. Die wordt voor zowel de korte als de lange termijn toegekend door rating ‘agencies’ als Standard & Poor’s, Moody’s en Fitch IBCA. De hoogste kredietwaardigheid wordt bij Standard & Poor’s en Fitch IBCA vermeld met AAA, gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van hoog naar laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met letters B, C en D. Een A-rating staat voor “zeer kredietwaardig”. AA staat ook voor zeer kredietwaardig maar de veiligheidsmarge is niet zo hoog als bij de AAA-categorie. De indeling AAA komt overeen met “extreem kredietwaardig”. Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een ‘solvabiliteitsvrije status’) is een status die door een bancaire toezichthouder in een EER-lidstaat1 wordt toegekend aan het schuldpapier van een instelling. Dat betekent dat een bank voor het desbetreffende papier geen reserves (0%) hoeft aan te houden. Die status wordt onder meer toegekend aan papier dat is uitgegeven of gegarandeerd door (centrale) overheden. De gemeente kan dus bij andere overheden geld uitzetten (bijvoorbeeld schatkistbankieren bij het ministerie van Financiën) of beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is verbonden (zoals door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw gewaarborgde leningen van woningbouwcorporaties).
Artikel 6 lid 2Tussenpersonen zijn intermediair bij het afsluiten van financiële transacties.
Artikel 7 lid 1Het beheer van geldstromen gaat vooral om het zorgen voor een efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op de verwachte ontvangsten. Zo wordt voorkomen dat tijdelijk middelen moeten worden aangetrokken (c. q. dat het uitzetten van middelen niet wordt verlengd) om te voorzien in de liquiditeitsbehoefte.
Artikel 7 lid 2Het uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft efficiencyvoordelen: de kosten van het overboeken van middelen tussen verschillende banken worden vermeden en de omgang van treasury kan beperkt blijven tot de ontwikkeling van het saldo op één bankrekening i.c. die van de huisbankier.