Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 38:0:0:5

Ontvangstbevestiging

Onderdeel van CAR/UWO

Het is een vereiste van behoorlijke klachtbehandeling dat de klachtbehandelaar namens het college van burgemeester en wethouders schriftelijk de ontvangst van een klacht bevestigd. De rechtszekerheid wordt daarmee gediend, mede omdat het tijdstip van de ontvangst van een klacht van belang is voor de termijn van be- en afhandeling. De verplichting van ontvangstbevestiging vloeit overigens ook voort uit de uitspraken van de Nationale ombudsman, die voor ieder aan het bestuur gericht geschrift een schriftelijke reactie verlangt. In artikel 6:14 van de Algemene wet bestuursrecht is voor de ontvangst van bezwaar- en beroepschriften hetzelfde voorschrift opgenomen. Bij de ontvangstbevestiging wordt tegelijkertijd informatie verstrekt over de verdere gang van zaken tijdens de klachtbehandeling. Voor de behandeling van een klacht, dus voor het onderzoek (waarvan het horen een onderdeel kan uitmaken) en voor het beantwoorden van de vraag welke conclusies daaruit getrokken moeten worden, is bepaald dat daarmee niet belast mag worden degene die betrokken is geweest bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft. Dit is één van de vereisten waaraan volgens de Nationale ombudsman een zorgvuldige klachtbehandeling moet voldoen. Deze bepaling ligt in de lijn van artikel 2:4 en 7:5, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht. Om te zorgen voor distantie tussen de klachtbehandelaar en het bestuursorgaan en/of degene over wie wordt geklaagd, is in artikel 2.4, tweede lid aangegeven door wie in de gemeentelijke organisatie een klacht moet worden behandeld. In de ambtelijke organisatie treedt een directeur en de gemeentesecretaris op als klachtbehandelaar. Zij zijn namens het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk voor een goede be- en afhandeling van klachten overeenkomstig deze verordening. De bevoegdheid tot het behandelen van klachten is hoog in de ambtelijke organisatie neergelegd, namelijk bij de directeurent. Hiervoor is gekozen, om er voor zorg te dragen dat de klachtbehandeling een overzichtelijke en met waarborgen omgeven procedure blijft voor het betreffende organisatieonderdeel. De directeur van een dienst is echter bevoegd om zijn of haar bevoegdheid onder te mandateren. Op bestuurlijk niveau treedt de (loco-)burgemeester op als klachtbehandelaar. Zij zijn namens het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk voor een goede be- en afhandeling van klachten overeenkomstig deze verordening. Het college van burgemeester en wethouders dient de be- en afhandeling van een klacht aan de hiervoor genoemde personen te mandateren, met uitzondering van de situatie waarbij een klacht betrekking heeft op de klachtbehandelaar zelf.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel