Wanneer een werknemer die arbeidsongeschikt is op vakantie wil gaan, vraagt hij/zij vooraf toestemming aan de leidinggevende.
De leidinggevende neemt contact op met de bedrijfsarts/arbeidsdeskundige en vraagt advies ten aanzien van eventuele medische bezwaren.
Uiteindelijk beslist de leidinggevende over het wel of niet op vakantie kunnen gaan van de medewerker.
Als de medewerker die gedeeltelijk arbeidsongeschikt vakantie wordt verleend wordt een aantal verlofuren afgeboekt dat overeenkomt met het aantal uren dat zou worden afgeboekt als de medewerker niet arbeidsongeschikt zou zijn.
Als de medewerker die volledig arbeidsongeschikt is vakantie wordt verleend dan worden geen verlofuren afgeschreven.