Het college heroverweegt de in artikel 5, derde en vierde lid van
deze verordening, bedoelde maatregel, of de verlaging die na een
eerdere heroverweging voor een periode langer dan drie maanden of
voor onbepaalde duur is voortgezet, binnen een termijn van ten
hoogste drie maanden na de datum van het besluit tot verlaging of
voorzetting van de maatregel.
In het kader van de in het eerste lid bedoelde heroverweging
beoordeelt het college of en in hoeverre de omstandigheden en het
gedrag van belanghebbende aanleiding geven te besluiten tot
beëindiging of voortzetting van de maatregel.
Het college kan bij een besluit tot voortzetting van de maatregel
het percentage van de verlaging verdubbelen, rekening houdend met
het gestelde in artikel 2, tweede lid van deze verordening.