Naar hoofdinhoud

Artikel BESCHRIJVING AANDACHTSGEBIEDEN

Artikel BESCHRIJVING AANDACHTSGEBIEDEN

Onderdeel van Kadernota handhaving gemeente Drechterland 2008

In onderstaande paragrafen is een beschrijving opgenomen van de verschillende aandachtsgebieden: • Milieu • Ruimtelijke ordening • Bouwregelgeving • Brandveiligheid gebouwen • Algemene plaatselijke verordening/Drank- en Horecawet en Wet op de Kansspelen Per onderdeel is een beschrijving van de belangrijkste aandachtspunten opgenomen, die mede als basis dienen voor de prioriteitstelling die is uitgewerkt in hoofdstuk 4. 3.1 Milieuhandhaving Milieutoezicht en- handhaving is een taak van het onderdeel milieu van de afdeling Bouwen en Milieu. Het doel van het milieutoezicht is het verminderen van risico’s voor veiligheid en gezondheid, het voorkomen van afname van de huidige kwaliteit van de woon-, werk en leefomgeving en het niet aantasten van de natuur. De wettelijke plicht tot handhaving is vastgelegd in hoofdstuk 18 van de Wet milieubeheer. Hierin is gesteld dat het bevoegde bestuursorgaan de taak heeft “zorg te dragen voor een bestuursrechtelijke handhaving van het met betrekking tot de inrichting bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde”. Professionalisering van de milieuhandhaving Begin 2002 is het landelijke project “Professionalisering van de milieuhandhaving” gestart en zijn landelijke criteria vastgesteld. De criteria hebben betrekking op de doelen en condities, de organisatie, de uitvoering van milieuhandhaving en de evaluatie daarvan. In juli 2004 is de probleemanalyse en prioriteitenstelling voor de toenmalige gemeenten Venhuizen en Drechterland vastgesteld door burgemeester en wethouders van Venhuizen en Drechterland. Inrichtinggebonden handhaving De gemeentelijke handhavingstaken kunnen worden onderverdeeld in inrichtingsgebonden taken en niet-inrichtingsgebonden taken. De inrichtingsgebonden handhavingstaak bestaat voor een belangrijk deel uit het toezicht bij bedrijven op naleving van milieuwet- en regelgeving, het naleefgedrag hierbij en het opleggen van sancties. Ook hercontroles en aspectcontroles vallen hieronder. Verder is er aandacht voor klachten welke gerelateerd zijn aan inrichtingen. Volgens de systematiek worden de bedrijven in branches verdeeld. De branche indeling is gebaseerd op de indeling uit het boekje ‘bedrijven en milieuzonering” (SBIcode). Vervolgens wordt per branche de milieubelasting bepaald. Naast de milieubelasting zijn er nog meer factoren die effecten van potentiële en feitelijke overtredingen bepalen. Per branche wordt bepaald wat de ligging van de branche is, of de branche in kwetsbare gebieden is gelegen, wat de dynamiek is van de branche en wat voor naleefgedrag de branche vertoont. Aan deze factoren wordt een score toegekend op basis waarvan in de prioriteitstelling bepaald kan worden of de bezoekfrequentie van een branche moet worden verhoogd of verlaagd. Op de afdeling Bouwen en milieu wordt gewerkt met een toezichtfrequentie op basis van de onderstaande categorie-indeling Categorie Controlefrequentie Mate van milieubelasting Categorie 4: 1 x per jaar zeer hoge milieubelasting Categorie 3: 1 x per 2 jaar hoge milieubelasting Categorie 2: 1 x per 4 jaar matige milieubelasting Categorie 1: 1 x per 8 jaar lage milieubelasting Niet-inrichting gebonden handhaving Niet-inrichtingsgebonden handhaving betreft zaken die niet per definitie binnen een inrichting plaats hoeven te vinden. De afdeling milieu draagt zorg voor de handhaving van de APV op de volgende onderdelen: gevelreiniging, knalapparatuur, evenementen en handhaving na klachten. Ook handhaving van het Bouwstoffenbesluit, afvalverbranding, de Wet bodembescherming en handhaving bij calamiteiten valt hieronder. Milieuprogramma en milieuverslag Elk jaar wordt door de afdeling milieu een milieuprogramma en een -verslag opgesteld waarin de plannen en de resultaten ten aanzien van de vergunningverlening, handhaving en de overige milieutaken worden beschreven. In de afgelopen jaren wordt de handhavinginzet bij bedrijven gekoppeld aan de resultaten van het jaarverslag. De controlefrequentie wordt zonodig aangepast. De handhavingsuitvoering is op adequaat niveau. Alle inrichtingen hebben een milieuvergunning of vallen onder Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) en worden volgens bovenstaande systematiek gecontroleerd. Er wordt gewerkt volgens protocollen. In de gemeente zijn ongeveer 700 inrichtingen gevestigd waarvan 108 vergunningplichtige bedrijven (stand eind 2007). Op 1 januari 2008 is het Activiteitenbesluit in werking waardoor het aantal vergunningsplichtige bedrijven aanmerkelijk vermindert. Er worden jaarlijks zo’n 200 integrale controles uitgevoerd. Afhankelijk van de toezichtfrequentie verschilt dit aantal per jaar. Als blijkt dat na een hercontrole nog niet aan de voorschriften wordt voldaan worden concrete sanctiemiddelen ingezet. 3.2 Handhaving ruimtelijke ordening Handhaving van ruimtelijke ordening vindt plaats bij de afdeling Bouwen en Milieu. Het bestemmingsplan vormt de juridische basis voor het gemeentelijk optreden indien in strijd met de voorschriften voor het gebruik van grond en gebouwen wordt gehandeld. Het bestemmingsplan heeft immers een planologisch karakter en de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid zijn hierin neergelegd. Vastgestelde bestemmingsplannen moeten op grond van artikel 33 Wet op de Ruimtelijke Ordening eens per 10 jaar worden herzien. Deze wettelijke verplichting zal in de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening bij niet naleving ook sancties kennen. Binnen het grondgebied van de gemeente Drechterland zijn 26 bestemmingsplannen van kracht. De handhaving van bestemmingsplannen is grotendeels gebaseerd op signalen vanuit de bevolking en de oog- en oorfunctie van andere toezichthouders. De gemeente heeft geen programma of werkplan ten aanzien van de handhaving van bestemmingsplannen. Geconstateerde strijdige situaties die wel bekend zijn, worden nog niet geregistreerd, zodat hierin slechts een globaal inzicht bestaat. Aandachtspunten: • Het vertalen van nieuw beleid in bestemmingsplannen. • Er is eind 2007) een achterstand in het actualiseren van bestemmingsplannen. Van de 26 bestemmingsplannen zijn er 11 ouder dan 10 jaar. Er is een programma voor een inhaalslag opgesteld. • Invoering van programmatisch handhaven. 3.3 Handhaving bouwregelgeving Algemeen De handhaving van de bouwregelgeving ligt voor het onderdeel bouwplantoetsing en controle bij het onderdeel bouw en woningtoezicht van de afdeling Bouwen en Milieu. Bouwwerken waarvoor een bouwvergunning is vereist op grond van artikel 40 Woningwet, kunnen pas legaal worden gebouwd, als het college van burgemeester en wethouders daartoe een vergunning heeft verleend. Uitgangspunt van de Woningwet is dat door differentiatie meer mogelijkheden worden gecreëerd om kleine bouwwerken vergunningsvrij uit te voeren. Alle door het college van burgemeester en wethouders verleende bouwvergunningen dienen in beginsel te worden gecontroleerd. De controle en handhaving van bouwregelgeving concentreert zich op de hoofdtaken: toetsing bouwaanvragen aan wettelijke voorschriften, laten controleren van constructie- en energieprestatie berekeningen, uitzetten van bouwwerken, controleren van de fundering en het heien en een opleveringscontrole. Het controleren op illegale bouw en het regelmatig toezicht houden op het bouwproces en bouwen in afwijking van de verleende vergunning vindt niet structureel plaats. In de gemeente worden gemiddeld 300 bouw- en sloopvergunningen per jaar verleend. Elke vergunning wordt getoetst aan de wettelijke regels die daarvoor gelden. Het aantal behandelde zaken in 2007 is als volgt: Aard van verzoeken Aantal Lichte bouwvergunning Sloopvergunning Bouwvergunning Totaal 103 30 166 299 De handhaving van de bouwregelgeving vindt niet geprogrammeerd plaats. Er is voor 2008 een afdelingsplan gemaakt, waar handhaving in opgenomen is. De scheiding van vergunningverlening en handhaving is doorgevoerd. Er zijn geen betrouwbare kengetallen voor het toezicht en de handhaving, om activiteiten te ramen. Vandaar dat tijd wordt geschreven om inzicht te krijgen in de benodigde tijd voor de te verrichten activiteiten mede op basis waarvan een raming van de benodigde capaciteit kan worden gemaakt Aandachtspunten • Duidelijke scheiding van vergunningverlening en handhaving. • Handhavings- en toetsingsbeleid met prioriteitstelling vaststellen. • Invoering programmatisch handhaving op basis van een uitvoeringsplan handhaving. 3.4 Handhaving brandveiligheid van gebouwen De verlening van gebruiksvergunningen als bedoeld in hoofdstuk 6 van de gemeentelijke Bouwverordening en de handhaving wordt uitgevoerd door het onderdeel Brandweer van de afdeling Personeel en Bestuur. Met betrekking tot de brandveiligheid van gebouwen worden de volgende activiteiten verricht. • advisering over bouwaanvragen, • verlenen van gebruiksvergunningen, • toezicht tijdens de bouw en oplevering. • controle verleende gebruiksvergunningen. De gebruiksvergunning wordt pas verleend nadat voldaan wordt aan alle bouwkundige brandveiligheidseisen. Bij nieuwbouw mag het gebouw niet in gebruik worden genomen indien geen gebruiksvergunning is verleend. De jaarlijks uit te voeren periodieke controles van verleende gebruiksvergunningen zijn in een plan van aanpak opgenomen. De handhaving is met name bij bestaande bouw een knelpunt, omdat het beleid voor bestaande bouw nog niet is vastgelegd. Er zijn initiatieven om hiervoor in nauw overleg met de Veiligheidsregio regionaal beleid te ontwikkelen. Aandachtspunten • Het beleid voor bestaande bouw moet ontwikkeld worden. • Er vindt een verschuiving plaats van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. 3.5 Handhaving Algemene plaatselijke verordening/ Drank- en Horecawet/ Wet op de Kansspelen Op grond van de artikelen 124 en 127 Grondwet en artikel 147 Gemeentewet is aan de gemeenteraad de bevoegdheid overgelaten tot het maken van verordeningen inzake de huishouding van haar gemeente. De verordeningen mogen echter niet in strijd komen met een hogere wettelijke regeling, geen belangen behartigen voor zover deze door een hogere regeling wordt behartigd en geen onderwerpen betreffen die typisch niet tot de gemeentelijke huishouding worden gerekend. In de Algemene plaatselijke verordening zijn onder meer voorschriften opgenomen ten aanzien van: • openbare orde en veiligheid; • bescherming van het milieu en natuurschoon; • zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente; • diverse andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente. Daarnaast is het bevoegd gezag ook belast met het toezicht en de handhaving van de openbare ruimte en een aantal bijzondere wetten, met name de Drank- en Horecawet en de Wet op de Kansspelen. De handhaving van de APV en bijzondere wetten vindt niet structureel plaats. De handhaving is gebaseerd op signalen vanuit de bevolking of andere handhavers. Geconstateerd kan worden, dat er in beperkte mate wordt gehandhaafd. Daarnaast is niet vastgelegd hoe handhavingstaken zijn verspreid over meerdere afdelingen, wat de integraliteit niet bevorderd. Ook hebben externe partijen een rol in het handhavingsproces zoals de politie en de Voedsel en warenautoriteit. Aandachtspunten • Strategie en prioriteitstelling ten behoeve van de handhaving vaststellen. • Afstemming andere bij het proces betrokkenen is niet voldoende gestructureerd. • Invoering systematische controle van kapvergunningen waaraan een herplantingsplicht is verbonden. • Systematische controle illegaal gebruik van gemeentegrond. • Drank- en horecawetvergunningen systematisch controleren.

Rechtspraak bij dit artikel