4.1 Prioriteiten op basis van de risicoanalyse
Handhaving heeft als primair doel de kwaliteit, veiligheid en leefbaarheid van de bebouwde en onbebouwde ruimte te beschermen. Omdat het niet mogelijk is om alle wet- en regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving even adequaat en effectief te handhaven, is het noodzakelijk om prioriteit te geven aan de bescherming van de voor de gemeente belangrijke gebieden en onderwerpen. De beleidsvelden waar de grootste risico's liggen hebben prioriteit. Om de risico's in te kunnen schatten is een risicoanalyse gemaakt. Het risico bestaat uit de kans op overtreding van gestelde gedragsregels zonder handhaving maal de mogelijke negatieve effecten. Hoe groter de mogelijke consequenties van overtreding en hoe hoger de kans op overtreding, hoe groter het risico.
Risico = kans x ernst (effect)
Werkwijze
Op basis van de onderstaande risicoanalyse kan worden aangegeven waar nu feitelijk de risico’s liggen binnen de gemeente.
De risicoanalyse is een beleidsinstrument ontwikkeld door het expertisecentrum rechtshandhaving van het ministerie van Justitie en heeft als doel om op een objectieve manier de risico's in beeld te brengen.
De hier beschreven risicomatrix is een instrument voor een bestuursorgaan bij het stellen van prioriteiten bij de uitvoering van de handhavingstaken.
Hoewel de risicomatrix met cijfers werkt is de uitkomst niet objectief, maar subjectief. Dit is het gevolg van een keuze. De matrix helpt bij het rationaliseren van die keuze.
Zoals hiervoor is aangegeven wordt het risico berekend op basis van de formule: risico (r) is negatief effect (ne) maal de kans (k) dat het effect zich voordoet (r = ne x k). Vanuit deze invalshoek zijn er zes soorten negatieve effecten te onderscheiden die de overheid met gedragsvoorschriften tracht te voorkomen:
1. fysieke veiligheid: letsel, al dan niet dodelijk;
2. sociale veiligheid / leefbaarheid: teruggang van de kwaliteit van het maatschappelijk leven, in het bijzonder het gevoel van veiligheid;
3. financieel-economische gevolgen;
4. verlies van of schade aan natuur;
5. schade aan de (volks)gezondheid;
6. schade aan het bestuurlijke imago, bestuurlijke prioriteit.
Hieronder wordt de scores per genoemde waarden weergegeven.
Fysieke veiligheid
0. Geen gevolg
1. Licht gewonde slachtoffers
2. Zwaar gewonde slachtoffers
3. Dodelijke slachtoffers
Sociale kwaliteit / leefbaarheid
0. Geen gevolg
1. Beperkte verloedering leefomgeving
2. Verloedering leefomgeving en afname veiligheidsgevoel
3. Ernstige verloedering leefomgeving en sterke groei onveiligheidsgevoelens
Financiële / Economische gevolgen
0. Geen gevolg
1. Kosten tot € 5.000,-
2. Kosten tot € 50.000,-
3. Kosten vanaf € 50.000,-
Natuur
0. Geen gevolg
1. Tijdelijke natuurschade, opruimen volstaat
2. Natuurschade van enige duur
3. Onherstelbare natuurschade
Volksgezondheid
0. Geen gevolg
1. Tijdelijke gezondheidsklachten
2. Chronische gezondheidsklachten
3. Ernstige ziekten met dodelijke afloop
Bestuurlijk imago/prioriteit
0. Geen gevolg
1. Wordt bestuur nauwelijks op aangesproken
2. Wordt bestuur op aangesproken
3. Wordt bestuur veelvuldig op aangesproken en ook afgerekend
Overtredingskans
In een tabel kunnen in de verticale kolommen naast de handhavingstaken scores worden ingevuld die betrekking hebben op te verwachten negatieve effecten. De “kans” wordt gescoord op grond van de te verwachten overtredingskans van die regels zonder handhavingsinspanning. Met ander woorden: in welke mate worden opgelegde regels spontaan (d.w.z. zonder concrete druk van de overheid) nageleefd? Hoe groter de kans op
spontane naleving, hoe kleiner de overtredingskans en hoe kleiner de handhavingsbehoefte.
Er zijn vijf categorieën van spontane naleving te onderscheiden
• kennis van regels
Hoe meer regels, hoe ingewikkelder en onduidelijker, hoe kleiner de kans op spontane naleving
• kosten/baten
Hoge kosten, weinig baten, kleinere kans op spontane naleving; lage kosten, veel baten, grotere kans op spontane naleving
• mate van acceptatie bij de doelgroep
Hoge acceptatie leidt tot een grotere kans op spontane naleving, lage acceptatie leidt tot een kleinere kans op spontane naleving
• gezagsgetrouwheid doelgroep
Hoe meer vertrouwen in het gezag, hoe groter de kans op spontane naleving; hoe minder vertrouwen, hoe kleiner de kans op spontane naleving.
• informele controle
Hoe meer informele controle, hoe groter de kans op spontane naleving, mits er in het algemeen sprake is van acceptatie van de regels bij de doelgroep.
Schalen
Bij het invullen van de risicomatrix wordt een driepuntenschaal gebruikt. Bij zowel de zes negatieve effecten als de kansfactor geldt voor de te gebruiken waarden het volgende:
0 = niet van toepassing
1 = lage prioriteit
2 = normale prioriteit
3 = hoge prioriteit
Lage prioriteit: krijgt geen of nauwelijks handhavingsaandacht. Er zijn geen signalen van de omgeving dat het aandachtsveld als probleem wordt ervaren. Reactie slechts in geval van klachten.
Normale prioriteit: krijgt wel structurele handhavingsaandacht, maar de handhavingsaandacht is minder intensief. Er is wel sprake van een mogelijk
omgevingsprobleem, maar vormt geen direct gevaar voor de veiligheid.
De verleende vergunning/melding/ontheffing is leidend.
Hoge prioriteit: krijgt structureel, actief en intensief handhavingsaandacht. Er is sprake van een structureel probleem voor de omgeving dan wel mogelijke ernstige problemen ten aanzien van de leefomgeving en/of veiligheid.
Voor wat betreft de beoordeling van de scores geldt voor wat betreft het risico het volgende:
Score 0-1-2 laag
Score 3-4 normaal
Score 5-6-7-8-9 hoog
De hoogste prioriteit van handhaving ligt bij objecten en situaties die op alle genoemde criteria hoog scoren.
Een normale prioriteit van handhaving ligt bij die beleidsvelden die op enkele criteria hoog scoren en waarbij de kans op naleving laag wordt ingeschat.
De overige beleidsvelden hebben een lage prioriteit. Deze velden scoren laag op de genoemde criteria en/of de kans op naleving van de gedragsregel wordt hoog ingeschat.
In onderstaande tabel zijn in een risicomatrix aangegeven welke beleidsvelden een hoge, een normale en een lage prioriteit hebben. Deze prioritering geeft richting aan de handhavingsinspanning en de inzet van mensen en middelen. In bijlage 1 is de uitgewerkte risicomatrix opgenomen.
Risicomatrix samenvatting
Prioriteit hoog
Prioriteit normaal
Prioriteit laag
Bedrijven milieu categorie 3/4
Bedr. Milieu categorie 1/2
Controle knalapparaten
Bodem (incidenten, stortingen, verbrandingen)
Aspectcontrole (geluid, veiligheid)
Kleine bouwwerken
Bouwstoffenbesluit
Controle gevelreiniging
Controle reclamevergunningen
Geluid evenementen
Gebruik gebouwen in strijd met bestemmingsplan
Parkeren recreatievoertuigen
Bouwen in strijd met bestemmingsplan/zonder vergunning
Gebruik grond in strijd met bestemmingsplan
Voorwerpen op de weg
Vuurwerk
Controle grote uitbouwen en bijgebouwen
Standplaatsen en venten
Middelgrote gebouwen
(woningen en bedrijfspanden)
Afval/zwerfvuil
Collectes
Grote gebouwen met groepsrisico winkels scholen woongebouwen etc.
Sloopvergunning zonder asbest
Wet op de Kansspelen
Vergunningen karakteristieke panden en monumenten
Gebouwen waarvoor brandveiligheids gelden, maar geen gebruiksvergunning
Sloopvergunning met asbest
Kapverbod herplantplicht
Gebruiksvergunning
Loslopende honden/hondenpoep
Brandveiligheidstoets evenementen
Controle seksinrichtingen
Exploitatievergunning
Drank- en Horecawet
Illegaal gebruik gemeentegrond
De prioriteiten binnen de betreffende gebieden zullen nader worden uitgewerkt in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma integrale handhaving. Als voorzet op deze nadere invulling kan als uitgangspunt dienen dat waar sprake is van een hoge prioritering er een actieve periodieke handhavingsinzet is. Waar sprake is van een gemiddelde prioriteit kan de handhavingsinzet per vast te stellen periode (in projectvorm) plaatsvinden. Voor de aspecten die een lage prioriteit hebben gescoord kan in overweging worden genomen om de handhavingsinzet af te laten afhangen van meldingen c.q. klachten.
Tevens is het denkaar om naast de nu vastgestelde prioriteitstelling in een jaarplan te kiezen voor bepaalde speerpunten, waaraan in het betreffende jaar bijzonder aandacht wordt besteed. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de inzameling van asbest of illegale bouw in het buitengebied.
Artikel PRIOTITEITSTELLING
Artikel PRIOTITEITSTELLING
Onderdeel van Kadernota handhaving gemeente Drechterland 2008