Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.3

B

Onderdeel van Welstandsnota 2004

De bestuurlijke verantwoordelijkheid van de afgifte van de bouwvergunning ligt bij Burgemeester en Wethouders, Zij hebben een eigen verantwoordelijkheid voor het welstandsoordeel dat tot stand komt aan de hand van dein de welstandsnota opgenomen criteria. ln vele gevallen speelt het advies van de onafhankelijke en deskundige Welstandscommissie daarbij een belangrijke rol,<vet>Wanneer vragen B&amp;W advies aan de Welstandscommissie?</vet>Burgemeester en Wethouders vragen bij elke reguliere bouwvergunningsaanvraag advies aan de van de Welstandscommissie, tenzij bij voorbaat vaststaat dat de bouwvergunning op een andere grond moet worden geweigerd. Indien de reguliere bouwvergunning op verzoek van de planindiener wordt gefaseerd vindt de welstandsbeoordeling plaats in de eerste fase. Na de goedkeuring krijgt de indiener de gelegenheid om het plan bouwtechnisch verder uit te werken, waarna in de tweede fase de toetsing aan het Bouwbesluit en op bodemverontreiniging plaatsvindt. Soms zal het voor de Welstandscommissie moeilijk zijn een plan gefaseerd te beoordelen omdat de ruimtelijke en de bouwtechnische aspecten sterk verweven zijn. Als de tweede fase een ingrijpende wijziging van het plan inhoudt kan de planindiener door Burgemeester en Wethouders worden verzocht om een gewijzigde aanvraag voor de eerste fase in te dienen die opnieuw wordt getoetst De planindiener beslist zelf of hij dit risico wit lopen. Naast de formele gefaseerde bouwvergunningsaanvraag blijft ook de mogelijkheid bestaan tot het voeren van voor overleg met de Welstandscommissie door middel van een principeaanvraag (zie paragraaf 1.7). Bij bouwaanvragen die volgens de Woningwet onder de lichte vergunningprocedure vallen vragen Burgemeester en Wethouders geen advies aan de Welstandscommissie indien het betreffende bouwplan valt onder één van de categorieën veel voorkomende kleine bouwplannen, de sneltoetscriteria van toepassing zijn en het bouwplan daaraan zonder twijfel voldoet. De ambtenaar bouw- en woningtoezicht wordt door Burgemeester en Wethouders gemandateerd om in dat geval het positieve welstandsoordeel te geven.<vet>Wanneer kunnen B&amp;W afwijken van het welstandsadvies?</vet>Burgemeester en Wethouders volgen bij hun oordeel in principe het advies van de Welstandcommissie. Daarop zijn de volgende uitzonderingsmogelijkheden:•Afwijken op inhoudelijke grond: Burgemeester en Wethouders kunnen op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de Welstandscommissie indien zij tot het oordeel komen dat de Welstandscommissie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de commissie naar hun oordeel niet de criteria heeft toegepast. Indien Burgemeester en Wethouders op inhoudelijke grond afwijken van het advies van de Welstandscommissie wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning gemotiveerd. De Welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. •Afwijken van de welstandscriteria(hardheidsclausule): Burgemeester en Wethouders kunnen op advies de Welstandscommissie afwijken van de welstandscriteria. Dit kan gebeuren bij plannen die niet voldoen aan de vastgestelde gebiedsgerichte of objectcriteria maar wél aan redelijke eisen van welstand, dit te beoordelen aan de hand van de algemene welstandscriteria. Bijvoorbeeld indien de afwijking integraal onderdeel uit maakt van een nieuw ontwerp. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning gemotiveerd. •Afwijken om andere redenen: Burgemeester en Wethouders hebben [6] de mogelijkheid om voor een bouwplan, dat in strijd is met redelijke eisen van welstand, toch bouwergunning te verlenen indien zij van oordeel zijn dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de bouwvergunning gemotiveerd. De Welstandscommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld. Op Urk zijn Burgemeester en Wethouders uiterst terughoudend met het gebruik van deze mogelijkheid omdat de ruimtelijke kwaliteit niet snel ondergeschikt wordt geacht aan economische of maatschappelijke belangen.<vet>Indienen bezwaar </vet>Belanghebbenden kunnen binnen zes weken bezwaar indienen tegen de beslissing van Burgemeester en Wethouders op de aanvraag voor een bouwvergunning. Belanghebbenden zijn in de regel de planindiener en de direct omwonenden. In de bezwaarschriftprocedure heroverwegen Burgemeester en Wethouders het besluit, na advies van de ‘Commissie Bezwaarschriften. Belanghebbenden worden in dat gevat uitgenodigd om tijdens een hoorzitting hun standpunten nader toe te lichten. Binnen tien weken nemen Burgemeester en Wethouders daarna een beslissing op het bezwaar. De belanghebbenden die het met de heroverweging niet eens zijn kunnen hiertegen in beroep gaan bij de Rechtbank. Het cluster Bouw- en Woningtoezicht kan informatie geven over de procedure. Als een bezwaar te waken heeft met het welstandsoordeel richt de belanghebbende zich dus nadrukkelijk op het oordeel van Burgemeester en Wethouders en niet op het advies van de Welstandscommissie. Dat is immers alleen een advies aan Burgemeester en Wethouders. De Welstandscommissie zelf kent daarom geen bezwaarprocedure voor belanghebbenden. Natuurlijk kunnen de ontwerper en eventueel de planindiener de Welstandscommissie wel een toelichting op een uitgebracht advies vragen. Na hoor en wederhoor kan de Welstandscommissie als zij daartoe aanleiding ziet, het advies herzien. Deze herziening wordt in het advies gemotiveerd. (zie ook paragraaf 1.4).<vet>Jaarlijks rapportage over de uitvoering van het welstandstoezicht</vet>Burgemeester en Wethouders stellen, ter uitvoering van artikel 12 lid c van de Woningwet jaarlijks een verslag op voor de Gemeenteraad over de wijze waarop zij met hun verantwoordelijkheid voor het uitoefenen van het welstandstoezicht zijn omgegaan. De rapportage over het voorgaande jaar is uiterlijk gereed in maart van het volgende jaar. In de rapportage komen in ieder gevat de volgende punten aan de Orde:•De wijze waarop Burgemeester en Wethouders zijn omgegaan met de welstandsadviezen; •In welke categorieën van gevallen zij de aanvraag voor een lichte bouwvergunning niet aan de Welstandscommissie heeft voorgelegd en op welke wijze zij in die gevallen zelf toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria; •In welke categorieën van gevallen zij tot aanschrijving op grond van ‘ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand’ (artikel 19 Woningwet) zijn overgegaan en of zij na die aanschrijving is overgegaan tot bestuursdwang.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel