<vet>Bebouwing en omgeving</vet>Natuurwijk is ontstaan eind jaren ´90 van de vorige eeuw. Het gebied wordt begrensd door de Urkerweg, natuurgebied Toppad, winkelcentrum Urkerhard en de Ransuil. De planopzet kenmerkt zich door een eenvoudige en herkenbare opzet. De Natuurwijk ineen zelfstandig uitgewerkt deelplan van bestemmingsplan De Staart. Structuur en kwaliteit zijn vooraf vastgelegd in een beeldkwaliteitplan. De uitgangspunten refereren aan de landbouw waarbij bijzonder gedacht is aan het lijnenspel van een geploegde akker. Daarnaast heeft het natuurgebied Toppad een rol gespeeld bij de totstandkoming van het ontwerp. Zichtlijnen zijn over het algemeen oost west gericht naar het natuurgebied. De groenvoorziening maakt structureel onderdeel uit van de planopzet. Het groen is zoveel als mogelijk als “gebruiksgroen” aan de rand van het gebied gesitueerd.<vet>Bebouwing op zich</vet>Als een woning gelegen is aan het openbaar gebied komt dit tot uitdrukking in het ontwerp. Dp een boek laat de woning meerdere “voorgevels” zien. Bijgebouwen zijn van dezelfde architectuur als de woning. Binnen het ontwerp verdienen de erfgrenzen op het grensvlak tussen openbaar en privé gebied bijzondere aandacht. In dit verband wordt er onderscheid gemaakt tussen de erfgrenzen aan de Waterhoen, Haagwinde en de erf- grenzen aan de Waterhoen en de Kiekendief. De afsluitende erfgrenzen aan de Waterhoen en Haagwinde dienen geplaatst te worden in de bebouwingsgrens en moeten onderdeel blijven van het ontwerp. De afsluitende erfgrenzen aan de Buizerd en Kiekendief zijn van levend matenaal of vormen een onderdeel van de architectuur van de woning. De oostkant van het plan wordt afgesloten met vrijstaande woningen. Iedere woonstraat dient zijn eigen architectonische herkenbaarheid te behouden.<vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>De kleuren van de gevels zijn veelal vrij licht (roodgele tot zalmkleurige tinten). De dakpannen variëren van licht naar donker. Er is variatie in architectonische vormgeving. Het materiaal- en kleurgebruik is verschillend per woonstraat.<vet>Criteria</vet>De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:Bebouwing en omgeving•De architectuur en de directe openbare ruimte zijn in samenhang ontworpen. Deze dient te worden behouden. •Behouden en versterken van de eenheid is uitgangspunt bij de ontwikkeling van ingrepen. •De bebouwing moet georiënteerd zijn naar de Openbare weg. Bij hoeksituaties is oriëntatie naar twee zijden uitgangspunt. •De clusterwaarde is bepalend voor aanpassingen, toevoegingen of nieuwbouw.Bebouwing op zich•Veranderingen moeten passen binnen de (stijl)kenmerken, het imago en de expressiviteit van het cluster. •De gevelopbouw, indeling en de repetitie van de samengestelde elementen zijn uitgangspunt bij veranderingen en toevoegingen. Extra ramen in de kopgevel zijn toegestaan voor zover deze overeenstemmen met de karakteristiek van het bouwwerk. •Er dient een relatie te zijn tussen de gevelindeling en de achterliggende functies. •De dakvlakken dienen als een geheel herkenbaar te blijven. •Dakkapellen aan de voorzijde die niet zijn opgenomen in het architectonische concept verstoren het straatbeeld. •Op- en aanbouwen moeten ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa. <vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>•Bestaand kleur- en materiaalgebruik is bepalend voor de complex- waarde. Dit draagt wezenlijk bij aan de uitstraling en is uitgangspunt voor aanpassingen. •Bij detaillering dient te worden uitgegaan van het oorspronkelijke ontwerp. •Horizontale bouwdelen zoals goten dienen qua detaillering en kleurstelling op elkaar te worden afgestemd. •Eerafscheidingen dienen zo veel mogelijk te worden uitgevoerd van levend materiaal of in een transparante vorm.