<vet>Bebouwing en omgeving</vet>In het plan Top is nabij de staart van het voormalig eiland het plan Hooiland gesitueerd. Het plan is ontworpen in de jaren ‘70 van de vorige eeuw volgens het woonefidee. Bij het ontwerp van de wijk is met een knipoog gekeken naar de structuur en het materiaal gebruik van het oude dorp.De relatie die de bebouwing heeft met de omgeving is bepalend voor de beleving van de kwaliteit. De bebouwing en de Openbare ruimte zijn als één geheel ontworpen. De bebouwing is op de openbare ruimte georiënteerd.<vet>Bebouwing op zich</vet>De architectuurstijl is opmerkelijk. De basis is gelegen in de oorspronkelijke bebouwing van het oude dorp. De bebouwing heeft weinig stijlkenmerken uit het oude dorp. De bebouwing kent wel een grote uniformiteit in uitstraling en opbouw. Dit bepaalt in grote mate de belevingswaarde. De samenhang van de bebouwing is belangrijk. De indeling van de gevels is duidelijk herkenbaar. De woningen hebben een verticaal karakter dat voornamelijk tot uitdrukking komt in de verticale houten gevelbeschieting en zelfstandige dwarskappen. Aanbouwen aan achtergevels voegen zich eenvoudig binnen de hoofdkarakteristiek in de wijk. Hoekwoningen met meerdere gevels aan een straat hebben meestal geen meerzijdige oriëntatie, waardoor een gesloten bebouwingsbeeld ontstaat.<vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>De woningen zijn te herkennen aan de donkere gemetselde onderbouw. Vanaf de eerste bouwlaag is een verticale houten gevelbeschieting aanwezig in de voor Urk kenmerkende groene kleur. De boeien en de kozijnen zijn veelal wit. De eigen identiteit speelt daarbij voor de herkenbaarheid een grote rol. Kleur-, materiaalgebruik en detaillering is voor deze samenhang bepalend.<vet>Criteria</vet>De volgende uitgangspunten gelden voor ontwerp en toetsing:Bebouwing en omgeving•Voor de situering van de bebouwingsmassa dient rekening te worden gehouden met de steden- bouwkundige structuur. •De architectonische identiteit van het plan dient behouden te blijven. •De bestaande Oriëntatie van de bebouwing op de openbare ruimte dient te worden gehandhaafd. •Veranderingen kunnen niet individueel plaatsvinden, maar altijd in onderlinge samenhang.Bebouwing op zich•De gevelopbouw, -indeling en de herhaling aan de namenstellende elementen zijn uitgangspunt bij veranderingen, aanpassingen en toevoegingen. •De huidige hoofdvorm is maatgevend voor de architectonische eenheid. •Extra ramen in de kopgevel zijn toegestaan voor zover deze in overeenstemming zijn met de karakteristiek van het bouwwerk. •Er dient een relatie te zijn tussen de gevelindeling en de achterliggende functies. •De dakvlakken dienen zelfstandig herkenbaar te blijven. • Dakkapellen aan de openbare ruimte verstoren het straatbeeld. •Aanbouwen moeten ondergeschikt zijn aan de hoofdmassa.<vet>Materiaal, detaillering en kleur</vet>•Het bestaande kleur- en materiaalgebruik is bepalend voor de complexwaarde, draagt wezenlijk bij aan de expressiviteit en is uitgangspunt voor wijzigingen. •Bij detaillering dient te worden uitgegaan van het oorspronkelijke ontwerp. •Erfafscheidingen dienen zo veel mogelijk te worden uitgevoerd van levend materiaal of in een transparante vorm.