Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Ontbinding ingeval van verontreiniging

Onderdeel van Algemene voorwaarden 1995 voor de verkoop van onroerende zaken door de gemeente Urk

1. De koper heeft tot aan de start van de fundering van de bouw op het betrokken perceel - of, als dit perceel verkaveld wordt, op de betrokken kavel - doch in geen geval langer dan een jaar na ondertekening van de verkoopovereenkomst, het recht die overeenkomst eenzijdig te ontbinden, indien hij in het gekochte alsnog voor het milieu gevaarlijke of niet-aanvaardbare stoffen aantreft waarvan hij aannemelijk maakt, dat deze al aanwezig waren op het tijdstip dat hem het bezit werd overgedragen en dat deze van zodanige aard zijn, dat van hem niet kan worden gevergd dat hij, zonder dat wordt gesaneerd, de onroerende zaak aanvaardt (met name ook als door deze verontreiniging de realisering van de door partijen op het gekochte beoogde bestemming in gevaar komt). 2. De door de koper betaalde bedragen zullen hem dan, vermeerderd met de rente, berekend naar het in artikel 4 lid 3 omschreven rentepercentage, over de tijdvakken van de betalingen tot de datum van teruggave, door de Gemeente gerestitueerd worden. Indien inmiddels de juridische levering van de grond reeds heeft plaatsgevonden, zal de Gemeente niet tot terugbetaling verplicht zijn alvorens de teruglevering heeft plaatsgevonden. Deze teruglevering zal op de eerste aanzegging van de meest gerede der partijen dienen plaats te vinden. 3. Een recht op ontbinding bestaat niet indien de redelijkheid en billijkheid zich wegens de geringe ernst van de verontreiniging verzetten tegen ontbinding en/of indien de Gemeente zich (ook ingeval van ernstige verontreiniging) verplicht om op haar kosten passende maatregelen te nemen tot opheffing van de verontreiniging casu quo de schadelijke gevolgen daarvan. 4. Het vorenstaande laat onverlet het recht van de koper op schadevergoeding, indien en voorzover daarvoor wettelijke of contractuele gronden zijn. 5. Niet als aan de Gemeente toe te rekenen verontreiniging wordt aangemerkt aanwezigheid van stoffen waarvan de Gemeente op het tijdstip van bezitsoverdracht niet een verontreinigend karakter als bedoeld in deze bepaling behoefde aan te nemen op grond van de toen in dit opzicht bestaande gezaghebbende inzichten. 6. Ingeval onverhoopt een voor rekening van de Gemeente komende verontreiniging mocht blijken waarvan de sanering redelijkerwijze niet van haar gevergd kan worden, dan heeft de Gemeente het recht op terugname van het verkochte met bijkomende schadevergoeding. 7. Onder voor het milieu gevaarlijke of niet aanvaardbare stoffen worden niet verstaan: funderingsresten, schoon puin of andere schone restanten van bouwkundige aard, noch stobben van bomen of struiken, noch de aanwezigheid van de draagkracht van de grond beïnvloedende omstandigheden. Op deze zaken heeft dit artikel derhalve geen betrekking. 8. Van dit artikel kan in de verkoopovereenkomst worden afgeweken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel