1.Indien de belanghebbende zich bij herhaling schuldig maakt aan verwijtbare gedragingen, dan wordt de duur van de verlaging, onverminderd artikel 2, derde lid, afgestemd op het aantal keren dat de belanghebbende zich, inclusief de thans beoordeelde gedraging, in de voorafgaande periode van twee jaar aan verwijtbare gedragingen heeft schuldig gemaakt en waarbij een besluit tot het opleggen van een verlaging is bekend gemaakt.
Met een besluit waarmee een verlaging is opgelegd wordt gelijkgesteld:
a.het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 5, derde lid;
een waarschuwing op grond van artikel 6.
Bij de toepassing van het eerste lid kan het college gelijktijdig met het verlengen van de duur het percentage van de verlaging verhogen.