1. 1. De beschikking tot verlening van een persoonsgebonden budget bevat, naast de onderdelen als bedoeld in artikel 4 van de Verordening, tenminste de volgende gegevens:a. de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt;b. het bruto persoonsgebonden budget en de wijze waarop dit is berekend;c. de hoogte van de (voorlopig) opgelegde eigen bijdrage en de wijze waarop deze bijdrage is berekend;d. de hoogte van de te verlenen kwartaalvoorschotten;e. de mededeling dat de in artikel 13 onderdeel c van dit Besluit bedoelde formulieren door het college worden doorgezonden naar de belastingdienst;f. de verplichtingen van de budgethouder, zoals genoemd in artikel 13 van dit besluit;g. de hoogte van het bedrag waarover de budgethouder geen verantwoording hoeft af te leggen en de wijze waarop dit bedrag is berekend.
  2. 2. Indien de periode waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt in meer dan één kalenderjaar is gelegen, wordt jaarlijks het bedrag van het bruto persoonsgebonden budget meegedeeld.