Onverminderd de intrekkingsgronden genoemd in artikel 41 van de Verordening wordt de beschikking, waarbij het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden is toegekend, geheel of gedeeltelijk ingetrokken:a. met ingang van de 1e dag van de maand, volgend op de maand waarin de budgethouder is overleden;b. met ingang van de dag waarop de budgethouder langer dan twee maanden aaneengesloten verblijft in een instelling als bedoeld in de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of de Zorgverzekeringswet.