1. 1. Indien een persoon met beperkingen zelfstandig woont en in aanmerking komt voor medisch noodzakelijke begeleiding als bedoeld in artikel 25 onderdeel j Verordening, bedraagt de financiële tegemoetkoming maximaal 50 procent van de normbedragen als weergegeven in artikel 29 lid 1.
  2. 2. Indien een gehandicapte in een AWBZ-instelling verblijft en in aanmerking komt voor medisch noodzakelijke begeleiding als bedoeld in artikel 25 onderdeel j Verordening, bedraagt de financiële tegemoetkoming maximaal 33,3 procent van de normbedragen als weergegeven in artikel 29 lid 1.