1. 1. De voorzitter en de (plaatsvervangende) leden worden door het college benoemd en ontslagen;
  2. 2. Het college benoemt op voordracht van de Wmo/Wwb-raad de voorzitter, die geen binding heeft met een van de betrokken organisaties, de gemeente of een zorgaanbieder;
  3. 3. De Wmo/Wwb-raad regelt de vervanging van de voorzitter;
  4. 4. De voorzitter en de leden van de Wmo/Wwb-raad worden benoemd voor een raadsperiode dan wel het resterende deel ervan en treden af op de dag van het aftreden van de raad;
  5. 5. De aftredende voorzitter en de aftredende leden van de Wmo/Wwb-raad blijven hun werkzaamheden voortzetten totdat in hun opvolging dan wel herbenoeming is voorzien;
  6. 6. De voorzitter en de leden van de Wmo/Wwb-raad kunnen op eigen verzoek ontslag nemen, dan wel tussentijds door het college worden ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat zijn hun werkzaamheden naar behoren te vervullen;
  7. 7. De vertegenwoordigde organisatie heeft het recht om zijn door het college als lid benoemde vertegenwoordiger tussentijds te vervangen.
  8. 8. De leden zijn verplicht tot het bijwonen van de bijeenkomsten ter voorbereiding van een gevraagd advies. Als een zittend lid op jaarbasis meer dan de helft van het aantal bijeenkomsten verzuimt, wordt door de vertegenwoordigde organisatie een nieuw lid voorgedragen. Wanneer een zittend lid om geldige redenen langdurig moet verzuimen kan de vertegenwoordigde organisatie een plaatsvervangend lid voordragen.
  9. 9. Alle benoemde personen ontvangen een schriftelijke bevestiging van het college.