**1..** Indien uit het in artikel 3, eerste lid, bedoelde plan blijkt dat er
sprake is van (a) verlies van oppervlakte aan natuur, (b) aantasting
van de kwaliteit van natuur en/of (c) verlies of aantasting van
biotopen voor aandachtssoorten, wordt de compensatie vastgesteld met
inachtneming van de volgende criteria:
a.als natuurwaarden binnen 25 jaren vervangen kunnen worden, dient
100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 50% financiële
toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten behoeve van het
aanloopbeheer);
**d..** als natuurwaarden binnen een periode van 25 tot 100 jaren vervangen
kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden
en 100% financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten
behoeve van het aanloopbeheer);
**e..** als natuurwaarden niet binnen een periode van 100 jaren vervangen
kunnen worden, is compensatie slechts in zeer uitzonderlijke
situaties mogelijk. Dan geldt naast een compensatie van 100% voor
het verlies van de oppervlakte een financiële toeslag van 200% voor
het verlies van kwaliteit. (wordt in principe geen medewerking
verleend. In geval van onontkoombaar maatschappelijk belang, wordt
van geval tot geval bepaald welke norm voor compensatie redelijk
wordt geacht).
**2..** Artikel 4, tweede lid, van deze verordening is van overeenkomstige
toepassing
Hoofdstuk
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Compensatieverordening Bos, Natuur, Landschap en Archeologie