**1..** Indien uit het in artikel 3, eerste lid, bedoelde plan blijkt dat er
sprake is van (a) schade op de locatie zelf door verlies aan
waardevolle landschappelijke elementen of structuren en/of (b)
schade aan de omgeving, bijvoorbeeld door een storende visuele
werking, het verbreken van de samenhang in het landschap of verlies
aan openheid zulks ter beoordeling aan het college van burgemeester
en wethouders met inachtneming van de gemeentelijke en provinciale
landschapsplannen, wordt de compensatie vastgesteld met inachtneming
van de volgende criteria:
voor waterlopen dient 100% van de oppervlakte te worden
gecompenseerd en 50% financiële toeslag voor het verlies aan
kwaliteit
voor beplanting dient 100% van de oppervlakte te worden
gecompenseerd en een financiële toeslag voor het verlies aan
kwaliteit die afhankelijk is van de tijd die nodig is voor
vervanging. Dit is 50% toeslag bij vervangbaarheid binnen 25
jaar, 100% toeslag voor vervangbaarheid tussen 25 en 100
jaar en 200% toeslag als vervanging niet of moeilijk
mogelijk is
voor openheid geldt dat fysieke compensatie vrijwel
onmogelijk is. Als mitigerende en inpassende maatregelen
onvoldoende effect hebben, wordt in beginsel geen
medewerking verleend aan aantastingen van openheid. Indien
onder bijzondere omstandigheden van deze regel wordt
afgeweken, wordt compensatie van geval tot geval
bekeken
voor kwel en cultuurhistorische gaafheid geldt dat
vervanging niet of nauwelijks mogelijk is. In beginsel wordt
ook geen medewerking verleend aan aantastingen hiervan.
Indien onder bijzondere omstandigheden van deze regel wordt
afgeweken, wordt compensatie van geval tot geval
bekeken
**2..** Artikel 4, tweede lid, van deze verordening is van overeenkomstige
toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Compensatieverordening Bos, Natuur, Landschap en Archeologie