Lid 1
Aan een betrokkene, die is verplaatst, wordt met inachtneming van de
artikelen 18:1:5:1 en 18:1:6:1 door burgemeester en wethouders een
verhuiskostenvergoeding verleend.
Lid 2
Voor de toepassing van lid 1 wordt met verplaatsing gelijkgesteld:
het in opdracht van burgemeester en wethouders verlaten van een
dienstwoning bij ontslag, tenzij dit ontslag is verleend op
eigen verzoek - geen verband houdende met pensionering - dan wel
als gevolg van aan betrokkene naar het oordeel van burgemeester
en wethouders te wijten feiten of omstandigheden;
het verlaten van een dienstwoning door de nagelaten gezinsleden
in verband met het overlijden van betrokkene.
Lid 3
Bij toepassing van lid 2 wordt een vergoeding in de verhuiskosten,
bedoeld in artikel 18:1:5:1, lid 1, onder a, b, d en e, verleend, met
dien verstande dat deze vergoeding niet meer bedraagt dan die waarop
aanspraak zou bestaan bij verhuizing naar een plaats, gelegen binnen een
uur reisafstand per openbaar vervoer, gerekend vanaf het station van de
Nederlandse Spoorwegen in de gemeente Assen.