Lid 1
Onder opknapkosten, bedoeld in artikel 18:1:5:1, lid 1, onder c, worden
verstaan de kosten van die timmer-, metsel- en schilderwerkzaamheden en
dergelijke, welke strikt noodzakelijk zijn om de huurwoning voor
betrokkene en zijn gezinsleden in bewoonbare staat te brengen, zulks ter
beoordeling van burgemeester en wethouders, voor zover deze kosten niet
ten laste van de huiseigenaar kunnen worden gebracht. Onder opknapkosten
worden de kosten van behangen en witten niet begrepen.
Lid 2
Van de in het vorige lid bedoelde opknapkosten kan slechts een bedrag
worden vergoed, indien het, mede ter beperking van reis- en
pensionkostenvergoedingen, voor de gemeente van voldoende belang is dat
de betrokkene de woning betrekt. Van de opknapkosten blijft een bedrag
van 1% van de jaarbezoldiging van betrokkene op de dag waarop de nieuwe
woning kan worden betrokken voor diens rekening. Indien de opknapkosten
geen kosten voor arbeidsloon omvatten, kan burgemeester en wethouders
hiervan afwijken. De tegemoetkoming zal in de regel een bedrag van €
570,-- niet te boven gaan.
Lid 3
Om voor een tegemoetkoming in de opknapkosten in aanmerking te komen,
moet betrokkene, alvorens tot uitvoering wordt overgegaan, een
gemotiveerd voorstel bij burgemeester en wethouders indienen onder
overlegging van een kostenbegroting.
Lid 4
Het in bewoonbare staat brengen van een door betrokkene in eigendom
verworven woning blijft voor diens rekening. In zeer bijzondere gevallen
kunnen burgemeester en wethouders hiervan afwijken.