Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Functiewaardering

Functies worden op dienstniveau vanuit de doelen en taken van de organisatie gevormd. De binnen de dienst voorkomende functies worden beschreven door de direct leidinggevende op het in het vorige artikel genoemde formulier voor organieke beschrijving van de functie. De conceptfunctiebeschrijving wordt door de direct leidinggevende met de medewerker besproken. De medewerker wordt in de gelegenheid gesteld om door middel van een mensblad aan te geven dat hij wel of niet akkoord is met de organieke functiebeschrijving en om relevant geachte zaken ter verduidelijking van en of ter aanvulling op de beschrijving te vermelden. Indien de medewerker op het mensblad heeft aangegeven dat de functiebeschrijving aanvulling behoeft, dan vindt er nader overleg plaats met de direct leidinggevende. Het resultaat van dit overleg - wel of geen overeenstemming over de functie-inhoud - wordt voorgelegd aan de directeur. De directeur stelt namens het college van burgemeester en wethouders de functiebeschrijving al dan niet gewijzigd vast. De leden 3, 4, 5 en 6 van dit artikel zijn niet van toepassing indien in de functie nog geen medewerker is benoemd. De functie van directeur wordt door de gemeentesecretaris beschreven en voorgelegd aan de medewerker conform de procedure in de leden 3, 4 en 5.

Rechtspraak bij dit artikel