De maxima vergoedingen voor de in artikel 15:1:22:3 bedoelde reiskosten worden naar de daar aangegeven onderscheidingen voor alle groepen als volgt vastgesteld:

  • - het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten, onder overlegging van betaalwijzen indien het gebruik van de ticketprinter redelijkerwijs niet mogelijk is geweest;
  • - hetgeen daarover is bepaald in het Reisbesluit binnenland en de Reisregeling binnenland zoals dit thans luidt of nader zal luiden. Voor ambtenaren behorende tot groep B gelden de volgende aanvullende bepalingen:
    • - Vervoer tussen de woning en de plaats waar het bedrijf of de dienst dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd, wordt niet als dienstvervoer aangemerkt tenzij van de ticketprinter gebruik is gemaakt.
    • - Voor de vergoeding per afgelegde kilometer per auto is artikel 2, lid 1, van de Reisregeling binnenland van toepassing.
    • - Geen vergoeding voor het gebruik van de eigen auto bij dienstopdrachten vindt plaats wanneer het dienstreizen betreft:
      • - vanaf de standplaats of woonplaats naar Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en 's-Gravenhage.
      • - naar andere plaatsen dan vermeld onder 3a, voorzover bereikbaar met de combinatie trein of interliner en treintaxi.
    • - Het bepaalde in 3 van dit artikel is niet van toepassing als twee personen van groep B gelijktijdig in de auto worden vervoerd. In dit geval ontvangen de gezamenlijke deelnemers maximaal 190% van de kosten van het openbaar vervoer per trein. Het bepaalde in 3 van dit artikel is eveneens niet van toepassing wanneer drie of meer personen van groep B gelijktijdig in de auto worden vervoerd.