Het bedrag van de uitkering bedoeld in artikel 20:1:1:6 is, afhankelijk van de hierboven berekende uitkeringsduur, gedurende 1 jaar 75% van de laatstelijk genoten toeslag, daarna 1 jaar 50% van de laatstelijk genoten toeslag en de resterende looptijd 25% tot een totaal maximum van 3 jaar. Indien artikel 20:1:1:6 lid 4 van toepassing is bedraagt de uitkering gedurende de gehele looptijd 100%.