Lid 1
Bij de aanstelling van een ambtenaar, bedoeld in art. 3:1:1:2, tweede lid, wordt het salaris toegekend, dat
- - wanneer hij jonger dan 21 jaar is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0, verminderd met een percentage van 7 1/2 % van dat bedrag, voor elk jaar of gedeelte van een jaar dat de ambtenaar jonger is dan 21 jaar. De aldus verkregen bedragen worden afgerond op hele guldens, met dien verstande dat bedragen eindigend op 0,50 of hoger naar boven en de overige bedragen naar beneden worden afgerond;
- - wanneer hij 21 jaar of ouder is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer.
Lid 2
Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris, ingeval daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat
Lid 3
Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige werktijd wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een volledige werktijd.