Lid 1
Indien een belanghebbende gedurende de wacht- of storingsdiensten daadwerkelijk werkzaamheden moet verrichten wordt hem daarvoor naast de compensatie als genoemd in artikel 3:3:1:12 een vergoeding gegeven overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling.
Lid 2
De werkzaamheden worden geacht in te gaan op het tijdstip waarop de belanghebbende voor een dienstverrichting wordt opgeroepen en eindigen op het tijdstip dat de opheffing van de storing of beëindiging van de verrichte dienst wordt gemeld.