Lid 1
Aan de belanghebbende als bedoeld in artikel 3:3:1:16 lid 1 wordt ingaande de eerste van de maand volgende op de dag waarop de onvrijwillige beëindiging van de wacht- of storingsdiensten plaats heeft, een uitkering toegekend gedurende een tijdvak gelijk aan 1/6 deel van die diensttijd, gedurende welke hij in dienst van de gemeente Almelo met wacht- of storingsdiensten is belast geweest.
Lid 2
De duur van de volgens het bepaalde in lid 1 berekende tijdvak wordt op volle maanden naar boven afgerond en bedraagt, behalve het bepaalde in het volgende lid, maximaal 2 jaren.
Lid 3
Indien de belanghebbende op het tijdstip van de onvrijwillige beëindiging van de diensten de leeftijd van 60 jaren heeft bereikt en onmiddellijk voorafgaande aan dat tijdstip deze activiteit gedurende 5 of meer jaren heeft verricht wordt de duur van de uitkering verlengd tot de datum van zijn pensionering.