Lid 1

De aanwijzing van de ambtenaren of groepen van ambtenaren die voor een toelage als in deze regeling bedoeld in aanmerking komen, geschiedt bij besluit van het college. Daarbij kan van het bepaalde in de artikelen 3:3:1:1 en 3:3:1:2 worden afgeweken.

Lid 2

Voor een aanwijzing ingevolge het vorige lid komt niet in aanmerking de ambtenaar, voor wie bij de vaststelling van zijn bezoldiging of bij de regeling van de overige rechtstoestand rekening is gehouden met de ploegen- of onregelmatige dienst.