Lid 1

De ambtenaar, die ingevolge het bepaalde in artikel 3:3:1:3 in aanmerking komt voor een toelage als bedoeld in artikel 3:3:1:2, ontvangt deze toelage eveneens gedurende het tijdvak dat hij wegens ziekte verhinderd is zijn werkzaamheden te verrichten, een en ander met dien verstande dat de toelage niet langer wordt uitbetaald dan tot de datum dat plaatsing in een andere dienst is gerealiseerd.

Lid 2

Het bepaalde in lid 1 is gedurende maximaal 1 maand niet van toepassing op de ambtenaar die voor tijdelijke vervanging in de ploegen- of onregelmatige dienst is ingedeeld.